Onbekend's avatar

Column: De onnodige opoffering van individuele grote grazers in de Oostvaardersplassen

Deze column schreef Esteban Rivas op persoonlijk titel voor PiepVandaag.nl waar deze op 31 oktober werd geplaatst.

In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw zijn er grote grazers uitgezet in de Oostvaardersplassen (OVP), het natuurgebied tussen Almere en Lelystad wat in 1968 werd drooggelegd. Het betrof hier 32 Heckrunderen, 20 Konikpaarden en 57 edelherten. Deze dieren hebben zich daar flink vermenigvuldigd, waardoor er inmiddels duizenden van zijn. Elke strenge winter leidt dit tot een massale sterfte onder deze grote grazers, omdat er te weinig voedsel voor de grote aantallen dieren aanwezig is en te weinig beschutting door het door henzelf kaalgevreten land. Ook dit jaar slaan organisaties weer alarm voor de naderende winter. Zo zegt Stichting Het Edelhert dat als er nu niet wordt ingegrepen door massaal afschot een groot deel van de 10.000 edelherten een miserabel einde zullen vinden deze winter. En zo keert het vraagstuk rond de grote grazers elk jaar weer terug.

Egalitarisme en abolitionisme

Ik kijk naar dit probleem vanuit mijn eigen specifieke morele positie ten opzichte van dieren. Ik heb filosofie gestudeerd, waarbinnen ik mij heb gespecialiseerd in de dierethiek. Voor mij heeft elk dier wat bewustzijn heeft een intrinsieke waarde. Met bewustzijn bedoel ik hier geen complex cognitief vermogen, maar een basaal vermogen om positieve en negatieve ervaringen te beleven. Vanuit de wetenschappelijke studie van dieren mogen we aannemen dat tenminste alle gewervelde dieren bewustzijn hebben en positieve en negatieve gevoelens en emoties kunnen ervaren. Daarnaast hang ik de deontologische stroming in de ethiek aan, die zegt dat een wezen met intrinsieke waarde niet zo maar als een middel voor een doel mag worden gebruikt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de utilistische ethiek. Respect voor wezens met intrinsieke waarde betekent voor mij ook dat er sprake is van gelijkwaardigheid tussen deze wezens. Net als er sprake is van gelijkwaardigheid tussen alle mensen in het egalitarisme in de humane ethiek, sta ik een dierethiek voor waarin we als menselijke dieren alle dieren gelijkwaardig behandelen. Dat heeft verstrekkende implicaties voor de manier waarop we als mensen met andere dieren omgaan. Ik ben een voorstander van het abolitionisme, wat een afschaffing inhoudt van alle menselijke praktijken die tegen de intrinsieke waarde van dieren ingaan. Zo ben ik tegen dierproeven, het dragen van bont en leer en ben ik al tientallen jaren veganist.

Introductie door mensen van grazers

Als je vanuit een abolitionistische dierethiek naar het vraagstuk van de grote grazers in de OVP kijkt, dan vallen een aantal zaken op. Allereerst natuurlijk het begin, toen de eerste grazers werden geintroduceerd in het gebied. Hoe vond deze introductie plaats? Betrof het hier dieren die in nood waren en nergens anders konden worden opgevangen? Of werden de grazers speciaal gefokt en vervoerd vanuit andere landen naar de OVP en daar uitgezet? Het laatste is het geval geweest en daar heb ik al meteen morele problemen mee. Het getuigt niet van respect voor de intrinsieke waarde van de grazers als wij als mensen gaan bepalen wanneer en hoe ze reproduceren en wij voor hen besluiten dat ze vervoerd moeten worden over lange afstanden naar een bepaald gebied toe. De situatie zou heel anders zijn geweest als de OVP een open, toegankelijk gebied zou zijn geweest, waar deze grazers uit eigen beweging naar toe zouden zijn gekomen, omdat het daar goed toeven is. Maar aangezien het hier ons dichtbevolkte Nederland betreft, met gebrekkige verbindingen tussen natuurgebieden, zouden grazers nooit op het idee zijn gekomen om de OVP als vestigingsgebied te kiezen. Het blijkt namelijk alleen in de zomer een goede verblijfplaats voor hen te zijn en ’s winters is het vaak juist een totaal ongeschikt gebied, vanwege het gebrek aan voedsel en beschutting. De grazers zouden er snel uit weg zijn gerend bij het aanbreken van strenge winters.

Grazers verslepen om een stuk oerNederland te scheppen

En daarmee komen we op het cruciale punt van de hele discussie rond de grazers in de OVP. Want waarom werden deze grazers eigenlijk geïntroduceerd in een omsloten gebied? De bioloog Frans Vera wilde met de OVP een landschap creëren dat sterk zou moeten lijken op het oerlandschap van Nederland. Ons land zou toen een halfopen landschap hebben gehad, waar veel vogels een plek konden vinden en waar oerrunderen en oerpaarden in rondliepen. Naast het maken van een stuk oerNederland, werd de grazers ook een sleutelrol in het ecosysteem van de OVP toebedacht. De grazers zouden door het eten van planten en jonge bomen voorkomen dat het gebied dicht zou groeien en zich tot een bos zou ontwikkelen, waardoor het niet meer geschikt zou worden als leefgebied voor de vele watervogels. Er bestond hiervoor een alternatief waar helemaal geen grazers aan te pas zouden komen, namelijk het plaggen door mensen en hun machines van de grond, zodat op die manier het gebied open zou blijven. Maar dat vond men niet passen in het idee van een natuurlijk en zelfregulerend ecosysteem. Men wilde een gebied waarin de mens zo min mogelijk ingreep en de grazers maakten het mogelijk om een natuurgebied te creëren waar uiteindelijk de natuur zelf z’n vrije loop kon hebben. Op zich misschien geen verkeerd idee, ten minste, wanneer ze hier grazers hadden uitgezet die in nood zaten en nergens anders een leefgebied hadden. Want alleen dan respecteer je de intrinsieke waarde van de grazers zelf: je vervoert hen en zet hen uit in een nieuw gebied om ze uit een benarde situatie te helpen en ze een beter leven te geven. Speciaal fokken en dan verslepen van grazers alleen omdat er ook grazers in ons oerNederland zouden hebben rondgelopen, is echter niet ten dienste van hun intrinsieke waarde, maar bevredigt alleen een behoefte van mensen om ineens een stukje oerland te scheppen. De grazers hadden hierin geen stem en werden zonder keus versleept naar de OVP.

Natuur met een hek eromheen

Met de introductie van de grazers in de OVP, en naarmate de populaties grazers groter werden, liep men vervolgens tegen het probleem aan dat het hele gebied was afgerasterd. Men wilde in een enorm verstedelijkt land opeens een natuurgebied maken, dus moesten er grote hekken omheen worden gezet ter voorkoming van verkeersongelukken en schade aan de landbouw door de grazers. Oorspronkelijk had men wel verbindingen en corridors gepland met andere natuurgebieden, zodat de grazers in slechtere tijden vanuit de OVP weg konden trekken naar gebieden waar meer voedsel en beschutting te vinden was. Maar nog voordat deze verbindingen waren gerealiseerd zette men de grazers al uit, die zich gingen vermenigvuldigen tot grote aantallen, waarna er in strenge winters jaar na jaar massale sterfte onstond onder de grazers. Tot op de dag van vandaag zijn die ecologische verbindingen nog niet gerealiseerd, met als gevolg de trieste taferelen van duizenden grazers die een ellendig einde vinden in de kou en kaalheid van de winterse OVP.

Een groep konikspaarden

Een groep konikspaarden

Herhaald is er als tegenargument gegeven dat er overal in de natuur “natuurlijke hekken” bestaan. Zo zegt Staatsbosbeheer dat bij veel gebieden een rivier, de zee, een kloof, of een onneembare bergrug een natuurlijke grens vormt. Dat is inderdaad waar, maar het betreft hier grenzen waar wij als mens niets aan kunnen veranderen. De situatie in de OVP is een ander verhaal, want dat hebben wijzelf als mensen gecreëerd, inclusief de afrastering die we er omheen hebben gezet. Hadden we vantevoren geweten dat de grenzen van de OVP elke strenge winter tot massale sterfte onder de grazers zou leiden, dan hadden we de grazers nooit moeten hebben uitgezet.

Maar de fantastische natuur en de bijzondere vogels dan?

Vaak wordt door Staatsbosbeheer en vanuit ecologische hoek expliciet gepleit voor het voortbestaan van de grazers in de OVP. Zonder deze dieren zou, zoals al gezegd, het gebied dichtgroeien en niet meer geschikt zijn voor bijzondere vogels als bijvoorbeeld de zeearend. Veel natuur- en vogelliefhebbers bezoeken de OVP en zijn verrukt bij het aanschouwen van zoveel watervogels die in een groot natuurgebied leven. Maar als dat het voornaamste argument voor het bestaan van de huidige OVP zou zijn, dan betekent dat dat je een groot aantal dieren (de duizenden grazers die in elke stringe winter sterven) opoffert zodat andere dieren (de vogels) een geschikt leefgebied hebben. Het ene dier laten sterven zodat de ander kan leven. Opnieuw iets wat niet getuigt van respect voor de intrinsieke waarde van de individuele grote grazers. Vaak zie je bij natuurbeheerders en ecologen dan ook een heel andere ethiek. Het behoud van natuur en bepaalde diersoorten wordt als moreel belangrijker gezien dan het lot en welzijn van individuele dieren. Geregeld wordt een dergelijke ethiek gerechtvaardigd met verwijzingen naar hoe de natuur nu eenmaal zijn werking heeft: individuele dieren leggen in de natuur toch ook vaak het loodje, sterfte en dood zijn een integraal onderdeel van de natuur en grote sterfte in winters is een hele normale zaak (ook in het Serengeti Nationaal Park in Kenia zou elk jaar zo’n 30% van de dieren sterven). Maar zoals in de ethiek al eeuwen wordt gezegd: hoe de natuur in elkaar zit betekent nog niet dat dat ons eigen morele handelen dicteert. Wij als mensen kunnen een ethiek opstellen die waarden uitdrukt die we niet direct terugzien in de onbarmhartigheid van het natuurlijke bestaan. Met betrekking tot mensen vinden we dit inmiddels heel normaal. Als er bijvoorbeeld overstromingen plaatsvinden proberen we duizenden mensen van verdrinking te redden in plaats van hun te laten sterven vanuit een ecologisch idee dat minder mensen op de aardbol altijd goed is voor de hele natuur. Dat er echter ten op zichte van de grote grazers in de OVP anders wordt geredeneerd, laat zien dat we hier zitten met een antropocentrische ethiek, die de mens als moreel belangrijker wezen ziet dan alle andere dieren. En dat is nu net waar een egalitaristische, abolitionistische dierethiek tegen wil ageren.

Wat nu? Afschot?

Het natuurexperiment in de OVP leidt er toe dat we als maatschappij elke strenge winter worden geconfronteerd met massale sterfte onder de grote grazers. Na grote verontwaardiging daarover onder de Nederlandse bevolking en in de politiek zijn er meerdere commissies ingesteld die zich bogen over deze problematiek. Als oplossing werd afschot van grazers voorgesteld. Eerst was het de bedoeling dat tijdens de winter te doen, maar vanwege de ellendige toestanden waarin zwakke en zieke dieren dan al verkeerden vond men dat al gauw te dieronvriendelijk. Diervriendelijker werd het gevonden om de zwakke individuen die de winter waarschijnlijk toch niet zouden kunnen overleven al voorafgaand aan de winter af te schieten. Hoe wordt er vanuit een abolitionistische dierethiek naar afschot gekeken? Als een dier ziek is en een grote lijdensweg in het vooruitzicht heeft als het blijft leven, dan kan euthanasie een uitweg zijn uit uitzichtsloos lijden. Zo zien we dat voor mensen die lijden en voor de andere dieren waar we soms mee samenleven. Het euthanaseren van elk lijdend dier in het wild zou echter inhouden dat we als mensen de natuur volledig zouden gaan bepalen en beheersen. Ook binnen een abolitionistische dierethiek moet worden geaccepteerd dat niet al het lijden in het wild kan worden voorkomen. Zo jagen roofdieren op prooidieren omdat ze nu eenmaal zo in elkaar zitten. Net als we niet elk roofdier zouden moeten tegenhouden om hun prooi te vangen, moeten we ook accepteren dat we niet voor elk wild dier een nare dood kunnen voorkomen. Maar in hoeverre is er in de OVP eigenlijk wel sprake van wilde dieren? Volgens de Flora en Faunawet wel, want de dieren leven in een gebied groter dan 5.000 hectare, waardoor ze automatisch als wild worden bestempeld. Dat komt wat mij betreft echter neer op het zich verschuilen achter een administratieve, willekeurige aanduiding van de grazers als wild. Juist het feit dat dat de dieren geen kant op kunnen in de winter door het hek wat wij daar neer hebben gezet geeft aan dat we hier niet te maken hebben met wild of vrije natuur. Belangrijker nog dan de vraag of de grazers als wilde of door mensen gehouden dieren moeten worden gezien zijn echter de vragen waarom afschot nodig is en wat men met het afschieten van de zwakke grazers zou bereiken. Afschot van grazers vindt nu alleen maar plaats omdat de OVP een afgesloten natuurgebied is. Zouden er natuurcorridors bestaan naar andere natuurgebieden, dan zou afschot helemaal niet nodig zijn, want de grazers zouden dan in de winter naar meer voedselrijke en beschutte gebieden kunnen trekken. Afschot vindt nu dus enkel plaats omdat we als mensen hebben besloten oerlandschapje te spelen in een afgesloten gebied middenin een dichtbevolkt land. En wat bereik je met het afschieten van de minder fitte grazers? In feite natuurlijk de instandhouding van het probleem. Elke zomer worden er weer nieuwe grazers geboren waarvan de aantallen te groot zijn om in leven te houden met het karige voedsel in de winter. Dus blijf je elk jaar grote aantallen doodschieten, jaar in jaar uit. Zo worden alsnog veel individuen elk jaar opgeofferd voor het bestaan van de OVP in zijn huidige vorm.

Een edelhert

Een edelhert

Creatieve oplossingen voor de individuele dieren

Vanuit een egalitaristische, abolitionistische dierethiek betekent het experiment met de OVP dat er vanaf het begin tot en met vandaag geen rekening is gehouden met de intrinsieke waarde van de individuele grazers. Het maken van een zelfregulerend natuurgebied, het scheppen van een stukje oerNederland, de aanwezigheid van bijzondere vogelpopulaties, het zijn allemaal geen argumenten die rechtvaardigen dat veel grote grazers aan het kortste eind trekken en de dood vinden door afschot, hongersnood en kou. Maar wat moet er dan gebeuren met de duizenden grazers die daar nu leven? We moeten antwoorden bedenken die getuigen van creativiteit en van respect voor de grazers. De makkelijkste oplossing is om eindelijk die verbindingen te realiseren met andere natuurgebieden. Kostbaar waarschijnlijk, maar geld moet nooit een reden zijn om dieren te laten verpieteren. Een andere oplossing is het oorspronkelijke idee van de OVP overboord te gooien en af te stappen van een natuurgebied wat per se op een oerNederland moet lijken en waar veel watervogels leven. Dan zijn de grazers ook niet meer nodig om het gebied open te houden. Je zou de huidige populatie grazers dan kunnen laten uitsterven door geboortebeperking of je zou de huidige dieren kunnen vervoeren naar veel geschiktere natuurgebieden ergens anders in de wereld. Dat zou dan wel betekenen dat we als mensen toch ingrijpen in hun reproductie en bewegingsvrijheid, maar dat zou dan gebeuren om een eerdere menselijke fout te corrigeren, namelijk de oorspronkelijke introductie van de grazers in het gebied. Kortom, het sterven van grote aantallen grazers in de OVP is geen natuurlijk gegeven wat onvermijdelijk is. Er zijn genoeg oplossingen voor te bedenken. Individuele grazers hoeven helemaal niet worden opgeofferd.

De tekeningen bij dit artikel zijn gemaakt door Eric Windhorst. Kijk voor meer van zijn werk op zijn website Eric’s Talenten.

Onbekend's avatar

Dierlijke Winterlezingen 2015

Ook deze winter organiseert het Instituut voor Dieren in Filosofie en Wetenschap – IDFW de Dierlijke Winterlezingen. Tijdens deze lezingen zal psycholoog en filosoof dr. Esteban Rivas de volgende onderwerpen behandelen: het recente onderzoek naar de intelligentie van honden, een overzicht van onderzoek naar de intelligentie van vogels, bewustzijn en emoties bij dieren, en een inleiding tot de dierethiek. De lezingen zijn toegankelijk voor alle belangstellenden die hun kennis willen vergroten over de huidige wetenschappelijke stand van zaken over de intelligentie van honden en vogels, het bewustzijn en de emoties van honden en allerlei andere dieren, en die meer kennis willen verkrijgen en willen nadenken over dierethiek. De lezingen duren 3 uur en beginnen om 12.30 middags en gaan door tot 15.30 uur. Zoals gebruikelijk zullen de lezingen worden opgeluisterd door veel beeldmateriaal en leuke, boeiende filmpjes. Hieronder vindt U de beschrijving van de vier lezingen met vervolgens de praktische informatie over hoe U zich kunt aanmelden.

Dierlijke Winterlezing 1, zaterdag 10 januari 2015: Recent onderzoek naar de intelligentie van honden.VignetHondenintelligentie 10 januari EstebanenhondFaithDe afgelopen 20 jaar vinden er heel veel nieuwe studies plaats naar de intelligentie of cognitie van honden. Zo zijn er inmiddels aparte instituten opgericht aan universiteiten over de hele wereld waar intelligentie-onderzoek met honden wordt gedaan: het Family Dog Project aan de Universiteit van Boedapest (Adam Miklosi), de afdeling Vergelijkende en Ontwikkelingspsychologie van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie van de Universiteit van Leipzig (Juliane Kaminski en Michael Tomasello), het Clever Dog Lab aan de Universiteit van Wenen (Ludwig Huber) en het Duke Canine Cognition Center aan de Duke University in de Verenigde Staten (Brian Hare). Tijdens deze lezing zal dr. Rivas uitgebreid ingaan op de uitkomsten van al deze recente onderzoeken met honden. Centraal staan de thema’s sociale en fysieke intelligentie. Onderwerpen die aan bod zullen komen zijn o.a.: Begrijpen honden wat mensen zien, horen en weten? In hoeverre begrijpen honden menselijke communicatieve signalen zoals wijzen en blikrichting? Wat leren honden door sociale observatie, zijn ze in staat tot imitatie? Bestaat er bewijs voor empathie bij honden? Wat is er uit taalonderzoek met honden voortgekomen, kunnen honden menselijke woorden begrijpen? Waaruit bestaat de fysieke intelligentie van honden, wat begrijpen ze van hun fysieke omgeving? Hebben ze door dat voorwerpen blijven bestaan (object-permanentie) en hoe gedragen honden zich in spannende onderzoeken als de toverbeker? De lezing geeft U een goed overzicht van de huidige stand van zaken op het gebied van de wetenschappelijke kennis over de intelligentie van honden. Dat zal voor een deel ook Uw eigen beeld veranderen van waar honden toe in staat zijn qua intelligentie.

Dierlijke Winterlezing 2, zaterdag 17 januari 2015: De intelligentie van vogelsVignetIntelligentieVogels17januari2015

Zangvogels zingen liederen, maar hebben ook allerlei roepen waarmee ze communiceren.

Zangvogels zingen liederen, maar hebben ook allerlei roepen waarmee ze communiceren.

In deze geheel nieuwe lezing bespreekt dr. Esteban Rivas wat er uit de resultaten is gekomen van intelligentie-onderzoek met vogels. Lange tijd werd gedacht dat vogels domme dieren zijn omdat ze geen hersenschors of cortex bezitten zoals alle zoogdieren. Ook waren duiven de favoriete proefdieren van de behavioristen (omdat ze makkelijk te houden zijn), maar die conditioneerden de duiven alleen maar en zagen ze als stimulus-respons automaten. Met de cognitieve revolutie eind jaren ’60-70 van de vorige eeuw kwam er in de psychologie en biologie weer meer aandacht voor de intelligentie of cognitie van dieren. Sindsdien zijn er allerlei nieuwe ontdekkingen gedaan over de intelligentie van vogels en zien we de afgelopen decennia heel veel nieuwe studies met bijvoorbeeld kraaiachtigen en papegaaiachtigen. De volgende onderwerpen zullen in de lezing aan bod komen: De hersenen van vogels. Taalonderzoek met Alex en andere grijze roodstaartpapegaaien die menselijke woorden kunnen leren uitspreken en correct gebruiken. Basale intelligentie: welke vogels snappen object permanentie, het besef dat een voorwerp of persoon blijven bestaan ook al zijn die even niet waarneembaar. Welke concepten snappen duiven? Hebben ze een concept van “mens” en van “duif”? En kunnen ze zelfs schilderijen van impressionisten onderscheiden van de werken van abstracte kunstenaars? Hebben vogels een concept van “gelijk” en “verschillend”? Hoe leren vogels de vogelzang en wat drukken vogels uit met hun verschillende roepen? Hoe goed is het geheugen van vogels? Kunnen kraaien zich herinneren welke mens hen jaren geleden ving om hen te ringen? Kunnen vogels zichzelf herkennen in een spiegel? Hoe goed is de ruimtelijke cognitie van vogels? En hoe slim zijn ze als het gaat om fysieke voorwerpen, werktuigen en allerlei ingewikkelde apparaten waar ze voer uit moeten halen? Kunnen vogels handelingen van anderen imiteren? En wat zien we aan Theory of Mind bij vogels: het toeschrijven van mentale toestanden als zien, willen of weten aan een ander? Bedriegen kraaiachtigen elkaar als ze merken dat een ander aanwezig is bij het verstoppen van voedsel? En rouwen vogels als een dierbare overlijdt?

Dierlijke Winterlezing 3, zaterdag 24 januari 2015: Bewustzijn en emoties bij dieren.VignetBewustzijnEmotiesDieren24januari2015

Kunnen dieren dromen?

Kunnen dieren dromen?

Tijdens deze lezing gaat dr. Esteban Rivas in op de vraag of andere dieren net als mensen het vermogen hebben om dingen te beleven en te ervaren, zoals pijn en plezier. Zijn dieren robotten zonder beleving of ervaren dieren sensaties en andere zaken net als wij bewust? De Franse filosoof René Descartes beweerde dat dieren geen bewustzijn konden bezitten. Ook het behaviorisme binnen de psychologie leidde ertoe dat het onderwerp bewustzijn taboe werd verklaard. Ook hedentendage zijn er nog denkers die geen bewustzijn toeschrijven aan dieren, vaak op grond van afwezigheid van ‘hogere’ cognitieve vermogens en taal. Daartegenover staan posities die de aanwezigheid van bewustzijn beargumenteren op grond van de analogieredenering en nauwkeurige studie van het zenuwstelsel en het gedrag van dieren. Zo zal Rivas de affectieve neurowetenschap van Jaak Panksepp behandelen, waaruit blijkt dat tenminste alle zoogdieren en ook vogels allemaal een aantal hersencentra voor dezelfde emotionele systemen delen. Daarnaast zal er worden ingegaan op de concrete emoties van honden en allerlei andere dieren. Wat voor emoties kennen ze? Plezier, pijn, jaloezie, schuldgevoel, dankbaarheid? Hoe belangrijk is affectie en liefde in het leven van dieren? Welke dieren lijken te rouwen om overleden soortgenoten? Kunnen ratten, honden en apen lachen en hebben ze humor? Kunnen dieren trauma’s oplopen? En wat voor overeenkomsten bestaan er tussen mensen en andere dieren wat betreft het hebben van veranderde bewustzijnstoestanden, zoals dromen en het onder invloed zijn van psychofarmaca en drugs?

Dierlijke Winterlezing 4, zaterdag 31 januari 2015: Inleiding tot de dierethiek.Vignet Dierethiek 31januari2015 100_0057cropTijdens deze lezing zal dr. Rivas een overzicht geven van de belangrijkste stromingen op het gebied van de dierethiek. Na een korte uiteenzetting over filosofie en ethiek en een bespreking van de geschiedenis van het morele denken over dieren komen de belangrijkste hedendaagse filosofen aan bod. Peter Singer met zijn utilistische ethiek gericht op dierenbevrijding. Tom Regan die vanuit de deontologische ethiek pleit voor dierenrechten. Filosofen die de aanwezigheid van bewustzijn als voldoende voorwaarde voor morele consideratie zien, zoals Gary Francione. Filosofen die een moreel onderscheid maken tussen mensen en andere dieren op grond van het menselijk taalvermogen (Frey, Carruthers). De feministische dierethiek die met de begrippen zorg en dialoog naar dieren kijkt. En tenslotte het biocentrisme en de deep ecology, waar mensen en andere dieren onderdeel zijn van de biosfeer. Vragen die hierbij behandeld zullen worden zijn o.a.: Is het hebben van zelfbewustzijn van belang voor de manier waarop een dier behandeld dient te worden? Zijn sommige dieren vervangbaar? Wanneer is er sprake van speciesisme, discriminatie op grond van soort? Wat zijn de argumenten voor gelijkheid tussen alle dieren? Hebben alle levende wezens een inherente waarde? Wat moet je doen als je in een reddingsboot zit met 3 andere mensen en 1 hond en eentje moet overboord omdat de boot dreigt te zinken?

Voor wie? De Dierlijke Winterlezingen zijn bedoeld voor alle mensen die geïnteresseerd zijn in dieren en hun kennis daarover willen vergroten. Daarnaast zijn ze ook zeer geschikt voor mensen die professioneel met dieren werken en voor studenten van verschillende opleidingen. Een specifieke vooropleiding is niet vereist. Wel is het handig als men passief Engels kan begrijpen, aangezien niet alle filmpjes die ik zal laten zien ondertiteld zijn.

Tijd. De lezingen duren 3 uur en beginnen om 12.30 uur en eindigen om 15.30 uur, met halverwege een korte pauze.

Kosten. Deelname kost 30 euro per lezing. Studenten (met een studentenkaart) krijgen korting en betalen 15 euro per lezing.

Locatie: Hoofdgebouw Vrije Universiteit, De Boelelaan 1105 te Amsterdam. Deze locatie is goed te bereiken met auto en openbaar vervoer. Gratis parkeren is mogelijk op de Gustav Mahlerlaan en de A.J. Ernstlaan.

Aanmelden: U kunt zich eenvoudig opgeven door een emailbericht te sturen naar estebanyes@gmail.com of door onderstaand formulier in te vullen en te verzenden. U krijgt dan een emailbericht toegstuurd met daarin alle praktische details en een factuur voor Uw administratie. U kunt zich opgeven voor alle lezingen of voor 1 of meerdere lezingen naar keuze.

Ga terug

Je bericht is verzonden

Waarschuwing
Waarschuwing
Waarschuwing

Waarschuwing!

Onbekend's avatar

Zijn sommige dieren meer gelijk dan andere?

Sinds vorig jaar ben ik ook columnist voor PiepVandaag.nl. Op 5 mei verscheen daar mijn tweede column, welke ik hieronder reproduceer.

Organisaties als het Great Ape Project en het Nonhuman Rights Project zijn al jaren bezig om te ijveren voor morele en zelfs juridische gelijkheid tussen de grote mensapen: de chimpansees, bonobo’s, gorilla’s en orang-oetans, en de menselijke mensaap: mensen. Ook zijn er projecten die er naar streven om dolfijnen en andere zeezoogdieren gelijke rechten te geven, zoals de Helsinki Declaration of Rights for Cetaceans. Zijn dit soort initiatieven een eerste stap op weg naar de gelijkheid van alle dieren, of bereiken we daarmee alleen een speciale status voor dieren die op mensen lijken en wordt het dan moeilijker om voor gelijkheid te pleiten voor dieren die verder van mensen afstaan? EthicsSeminarAfgelopen februari organiseerde ik met mijn Instituut voor Dieren in Filosofie en Wetenschap in Amsterdam het seminar The moral status of great apes and dolphins. Are apes and dolphins morally special? Dit was het derde seminar in de Apes & Dolphins Seminar Series die ik de afgelopen maanden heb georganiseerd samen met dolfijnenexpert dr. Justin Gregg van het Dolphin Communication Project en auteur van het vorig jaar verschenen, bijzonder boeiende boek Are dolphins really smart? The mammal behind the myth (Oxford University Press). Tijdens dit laatste seminar (georganiseerd als een Minding Animals Partner Event) gaven Justin en ik presentaties over het morele denken van ethici en filosofen over grote mensapen en dolfijnen en bespraken we de campagnes en projecten die zijn opgezet voor deze dieren, zoals de recente rechtszaken die het Nonhuman Rights Project voert om chimpansees als juridische personen erkend te krijgen en daarmee hun individuele vrijheid te bewerkstelligen.

17803169

Gelijkheid omdat ze zo op mensen lijken

Wat opvalt in al dit soort projecten is dat er voor gelijkheid van mensapen en dolfijnen wordt gepleit op basis van de veronderstelde grote overeenkomsten met mensen die we bij deze dieren aantreffen. Zo zouden mensapen en dolfijnen wat betreft hun grote intelligentie en complexe cognitieve vaardigheden heel veel op mensen lijken, en zouden zij net als mensen een rijk en sociaal gevoelsleven hebben. De beroemde dierethicus Peter Singer en de Italiaanse filosofe Paola Cavalieri noemen de grote mensapen bijvoorbeeld “verontrustende dubbelgangers van ons,” in het boek The Great Ape Project. Equality Beyond Humanity uit 1993, waarmee het Great Ape Project toen werd gelanceerd. Ook in de rechtszaken die het Nonhuman Rights Project (opgezet door de jurist Steven Wise) afgelopen december opstelde voor chimpansee Tommy en drie andere chimpansees, ligt de focus enorm op het aantonen van de overeenkomsten van chimpansees met mensen. De juridische documentatie behorend bij de rechtszaak voor Tommy bevat meer dan 30 pagina’s aan wetenschappelijk feitenmateriaal (waaronder ook nog zeer controversiele feiten) met een opsomming aan allerlei, met name cognitieve vaardigheden die chimpansees met mensen zouden delen. Daarbij wordt het vermogen tot autonomie als belangrijkste cognitieve vaardigheid gezien. Chimpansees hebben zelfbewustzijn en zijn autonome en rationele wezens. Qua intelligentie zouden ze dus op mensen lijken en daarom zouden ze ook als moreel gelijk moeten worden beschouwd. Chimpansees zouden ook een episodisch geheugen hebben, wat inhoudt dat ze kunnen onthouden wat hen in het verleden is overkomen en vanuit die ervaringen ook de toekomst kunnen anticiperen. Het houden van chimpansees in gevangenschap zou dan ook een speciale vorm van lijden betekenen, aangezien chimpansees zich dus kunnen realiseren dat die gevangenschap voor altijd duurt en ze daardoor extra lijden. Voor dieren zonder een dergelijk geheugen en zelfconcept zou gevangenschap “veel van zijn kracht als straf verliezen,” omdat voor dergelijke dieren elk moment nieuw zou zijn en ze zich dus geen voorstelling zouden kunnen maken van langdurige gevangenschap. De eindconclusie die het Nonhuman Rights Project dan trekt over chimpansees is dat “geen enkele diersoort zo dicht bij mensen komt wat betreft zelfbewustzijn en taalvermogens, en diversiteit aan gedragingen zoals werktuiggebruik, gebarencommunicatie, sociaal leren en reacties op de dood.” En om die reden zouden chimpansees het verdienen om als (juridische) personen erkend te worden en daarmee een gelijke status met mensen moeten verkrijgen.

Eerste doorbreking van speciesisme?

Zowel het Great Ape Project als het Nonhuman Rights Project zien het belang van hun aktiviteiten vooral als een poging om eindelijk een breuk te krijgen in de barrière die tussen mensen en alle andere dieren staat: een doorbreking van het speciesisme, het ongerechtvaardigd bevoordelen van leden van je eigen soort en het benadelen van leden van andere soorten. De keuze voor grote mensapen wordt dan beargumenteerd door te wijzen op de vele mensachtige vermogens die deze dieren hebben, waardoor een beperking tot mensapen het meest succesvol zou zijn om morele en juridische gelijkheid voor te verkrijgen. Zo schrijven Singer en Cavalieri dat op dit moment gelijkheid voor alle dieren onbereikbaar is en heeft een project gericht op alleen mensapen veel meer kans om te slagen. (Overigens wil het Nonhuman Rights Project zich in de toekomst ook richten op dolfijnen, olifanten en grijze roodstaart papegaaien, omdat van alle dieren deze het meest op mensen zouden lijken qua intelligentie en gevoelsleven.)

Toen het Great Ape Project in 1993 begon heb ik zelf een aantal jaren samengewerkt met Singer en Cavalieri en hun project. Mijn eigen morele positie correspondeerde echter niet met deze focus op alleen mensapen. Ik sta zelf een egalitarisme voor tussen alle dieren die bewustzijn hebben, in de zin dat ze uberhaupt iets kunnen beleven als positieve en negatieve ervaringen. Wat mij betreft zijn er inmiddels voldoende wetenschappelijke gegevens die het heel plausibel maken dat in ieder geval alle gewervelde dieren bewustzijn hebben. De intelligentie van een dier is in mijn ogen moreel irrelevant. Net zoals we tussen mensen onderling geen moreel onderscheid maken op basis van intelligentie, zouden we dat ook tussen alle dieren niet moeten doen en zouden we alle dieren als gelijken moeten zien. Desondanks deed ik mee aan het Great Ape Project, in de hoop dat dat inderdaad eindelijk tot een eerste breuk in het speciesisme zou leiden. De erkenning van de grote mensapen als gelijken zou betekenen dat mensen voor het eerst andere dieren als gelijken zouden zien. En dat zou er toe kunnen leiden dat mensen meer gaan nadenken over hun houding ten opzichte van álle andere dieren en uiteindelijk zou zo gelijkheid voor alle dieren stapje voor stapje dichterbij kunnen komen.

Inmiddels zijn er ook daadwerkelijk dingen bereikt voor de grote mensapen. Zo hebben een aantal landen nu wetten die het gebruiken van mensapen in biomedisch onderzoek officieel verbieden en wordt het biomedisch onderzoek met chimpansees in de Verenigde Staten langzaam gedeeltelijk afgebouwd. Tegelijkertijd hebben vrijwel al deze wetten (inclusief onze eigen Wet op de Dierproeven) helaas een ontsnappingsclausule, waarin staat dat in het geval van een pandemie in de vorm van levensbedreigende (menselijke) ziektes het wel is toegestaan om grote mensapen (en het zijn met name chimpansees) in te zetten voor levensreddende studies. De mens blijft zo dus alsnog belangrijker dan andere mensapen en van echte gelijkheid is nog lang geen sprake.

9780312118181

Of juist een bestendiging van speciesisme?

Een van de mensen die zich het meest uitspreekt tegen initatieven als het Great Ape Project en het Nonhuman Rights Project is de Amerikaanse jurist en filosoof Gary Francione, vertegenwoordiger van het abolitionisme, de positie waarbinnen men pleit voor een einde aan al het diergebruik door mensen. Hij had in 1993 een hoofdstuk geschreven voor het Great Ape Project boek, maar heeft daar later spijt van gekregen. Zo schrijft hij in een artikel uit 2006, The Great Ape Project: Not so great, dat het onjuist is om de morele status van een dier te verbinden aan de aanwezigheid van mensachtige cognitieve vaardigheden. Naar zijn idee daagt dat juist niet de speciesistsche hiërarchie tussen dieren uit, maar bekrachtigt en bestendigt die juist het speciesisme. De focus op dieren met zelfbewustzijn en rationaliteit is onjuist, omdat alleen het vermogen tot “sentience” of ervaringsbewustzijn moreel relevant is. Dan zou je nog kunnen denken dat het acceptabel kan zijn om morele relevantie te koppelen aan menselijke eigenschappen, omdat dat er uitéindelijk toe zou kunnen leiden dat ook andere dieren dan mensapen als onze gelijken worden erkend. Francione antwoordt daar echter op dat dat gelijk zou staan aan “het voeren van een mensenrechtencampagne door eerst om rechten voor de “slimmere” mensen te vragen in de hoop dat we later rechten zullen geven aan minder intelligente mensen, of alleen die mensen met één zwarte ouder beter behandelen omdat ze meer op blanke mensen lijken.” Ook de Amerikaanse etholoog Marc Bekoff noemt een focus op mensapen een vorm van primatocentrisme en dus speciesisme. Verder is er kritiek gekomen van vertegenwoordigers van de feministische dierethiek, die een focus op rationele en zelfbewuste dieren als een vorm van hiërarchisch denken zien, voortkomend uit het idee van de blanke, rationele en vermogende westerse man als standaard. Volgens feministen als Lori Gruen is de focus op dieren die lijken op mensen onjuist, omdat dat een dualisme introduceert, waarbij er altijd een “ander” zal zijn die minder mensachtig is en daarom wordt uitgesloten.

Mijn eigen visie op deze projecten is inmiddels ook danig veranderd. Natuurlijk weet je nooit zeker of deze projecten zullen slagen en dan inderdaad een eerste stap kunnen zijn in het bevechten van speciesisme in al zijn vormen. Wat mij nu vooral tegen de borst stoot is de manier waarop de argumentatie nu wordt gevoerd. De mens staat centraal in de hele discussie, andere dieren worden langs de meetlat van de mens gelegd en al naar gelang ze meer of minder overeenkomsten met mensen hebben wordt hun morele status bepaald. Dat lijkt me niet de goede weg. Het mensachtig zijn van een dier moet toch niet het morele kriterium zijn voor gelijkheid? Toen ik de juridische documenten van het Nonhuman Rights Project doornam werd ik haast vervuld van fysieke walging, omdat in alle pagina’s constant doorklinkt dat de enige reden dat er om gelijkheid van chimpansees wordt gevraagd, is omdat ze zo bijzonder veel op mensen lijken. Zou het Nonhuman Rights Project slagen, dan zitten we daarna echt met een probleem voor andere dieren die niet zoveel op mensen lijken. Dan moeten we het opeens over een hele andere boeg gooien en de mens als maatstaf juist gaan bekritiseren. Dan moeten we weer terug naar waar het eigenlijk vanaf het begin om heeft gedraaid: het feit dat andere dieren net als mensen dingen kunnen voelen en beleven en dus positieve en negatieve gevoelens kunnen ervaren. Dan moet je dus eerst weer een uitgebreide morele discussie gaan voeren dat allerlei vormen van intelligentie helemaal niet moreel relevant zijn en moet je dus met andere woorden de morele argumentatie die nu in dergelijke projecten wordt gebruikt compleet onderuit halen. Wordt het dan niet veel moeilijker om gelijkheid voor alle dieren te bereiken? Als je speciesisme wilt bestrijden moet je allereerst geen oneigenlijke of onjuiste argumenten gebruiken en dat is wat nu wel gebeurt. En je moet al helemaal niet meegaan in het hiërarchische denken wat het speciesisme juist kenmerkt. Willen we een wereld met gelijkheid voor alle dieren dan moet je vanaf het begin de juiste argumentatie hanteren, ook al is die gelijkheid nog lang niet daadwerkelijk te realiseren.

Kom met ons mee filosoferen

Dierethiek7juniWil je meer weten over de verschillende stromingen in de dierethiek, kom dan naar de Dierlijke Lentelezing Inleiding tot de dierethiek, die ik op 7 juni organiseer. Ik behandel dan het utilisme van Peter Singer, gericht op dierenbevrijding, de deontologie van Tom Regan, gericht op dierenrechten, het abolitionisme van Gary Francione, de feministische zorg dierethiek en de deep ecology of het biocentrisme. Na deze presentatie worden de aanwezigen in groepjes ingedeeld in de belangrijkste dierethiek stromingen en gaan we twee morele vraagstukken bespreken: het houden van dieren in dierentuinen, en het probleem met de grote grazers in de Oostvaardersplassen.