Het Instituut voor Dieren in Filosofie en Wetenschap en het Dolphin Communication Project organiseren dit jaar de Apen en Dolfijnen Seminar Serie in Amsterdam. Samen met dolfijnen expert Justin Gregg behandel ik tijdens deze 3-delige seminar serie de wetenschappelijke en ethische aspecten en vraagstukken rondom de studie naar taal en intelligentie bij grote mensapen en dolfijnen.
Let op: de voertaal tijdens de seminars is Engels!
Afgelopen april vond het eerste seminar in deze serie plaats, over de natuurlijke communicatie van en het taalonderzoek met dolfijnen en grote mensapen. Het tweede seminar in de Apes & Dolphins Seminar Series zal plaatsvinden op 26 oktober a.s. en zal volledig gewijd zijn aan de vele onderzoeken naar de intelligentie van grote mensapen en dolfijnen. Het zal plaatsvinden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. De titel is: Our cognitive cousins: The intelligence of apes and dolphins. Voeg U bij mij en dolfijnen expert Justin Gregg voor een hele dag waarin wij de boeiende wetenschappelijke ontdekkingen m.b.t. de intelligentie van grote mensapen en dolfijnen zullen behandelen. Het seminar zal bestaan uit lezingen over de studie naar de intelligentie of cognitie van grote mensapen en dolfijnen, en wat wetenschappers hebben geleerd over de manier waarop deze dieren complexe vormen van denken gebruiken om problemen op te lossen in gevangenschap en de vrije natuur. Ondanks het feit dat grote mensapen en dolfijnen ver van elkaar verwijderd zijn op evolutionaire schaal, zijn er bij deze diersoorten vergelijkbare complexe sociale systemen geëvolueerd, evenals vermogens om door mensen gecreëerde communicatiesystemen te gebruiken, en het vermogen tot zelfbewustzijn. Dit seminar zal de huidige wetenschappelijke stand van zaken bespreken over de cognitie van mensapen en dolfijnen, en zal de aard van hun intelligentie vergelijken met die van mensen en andere dieren. Onderwerpen die aan bod komen zijn o.a. sociale intelligentie, (zelf)bewustzijn, probleemoplossend vermogen, werktuiggebruik, sociaal leren en cultuur, categorisatie, emotionele intelligentie, empathie, altruïsme, Theory of Mind, en begrip van menselijke communicatieve signalen. De derde speker op het seminar is dolfijnen onderzoeker Hilco Jansma, die zijn experimenten zal presenteren waarbij dolfijnen zichzelf onderzoeken in spiegels. Natuurlijk zal er veel ruimte zijn voor goede discussies en debatten tijdens de hele dag.
Dit seminar is het tweede in de Apen & Dolfijnen Seminar Serie, een driedelige seminar serie waarin de wetenschappelijke en morele vraagstukken worden behandeld m.b.t. de studie van taal en intelligentie bij grote mensapen en dolfijnen. Het laatste seminar, over de morele status van apen en dolfijnen, zal later dit jaar worden georganiseerd.
Registratie voor dit seminar kost 50 euro (30 euro voor studenten met een studentenkaart) en is inclusief lunch, koffie/thee, als ook een goodie-bag. Het seminar zal worden gehouden in het Hoofdgebouw van de Vrije Universiteit te Amsterdam, in collegezaal HG 2A06 (2e verdieping A-vleugel, zaalnr 6).
Om U te registreren voor het seminar of om meer informatie te vragen, kunt U een boodschap sturen naar estebanyes@gmail.com of vult U onderstaand formulier in:
Begin juni verscheen er een interview met de bioloog Con Slobodchikoff in het online tijdschrift The Atlantic over de communicatie van dieren. Slobodchikoff, inmiddels professor emeritus van de Northern Arizona University, is beroemd geworden door zijn onderzoek van priariehonden. Dat zijn geen honden, maar knaagdieren. Ze horen tot de familie van de eekhoorn en leven in grote groepen in ondergrondse netwerken van holen in het midwesten van de Verenigde Staten. Slobodchikoff heeft decennia lang het gedrag van prairiehonden bestudeerd en daarbij heeft hij ontdekt dat deze dieren aan elkaar communiceren wat voor soort roofdier er in aantocht is. Minutieuze analyse van de alarmkreten die de prairiehonden produceren toonde aan dat de knaagdieren verschillend klinkende kreten hebben voor de verschillende soorten roofdieren die op ze jagen. Zo hebben ze een apart roodstaartbuizerd-alarm, een coyote-alarm, een hond-alarm en zelfs een alarm voor de mens. Deze verschillende soorten alarmkreten zijn ontstaan omdat er bij elk roofdier een verschillende vluchtreactie past die het beste is om weg te komen van het roofdier. Playback experimenten toonden aan dat de prairiehonden de juiste vluchtreactie kiezen bij het horen van een roofdieralarm.
Informatie in alarmkreten
Con Slobodchikoff’s eerste boek over de prairiehonden en hun communicatie, uit 2009.
Al sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw was bekend dat sommige dieren meerdere soorten alarmkreten voor roofdieren hebben. De biologen Dorothy Cheney en Robert Seyfarth van de University of Pennsylvania in Philadelphia ontdekten dat meerkatten (vervet monkeys in het Engels, kleinere apen die ten zuiden van de Sahara in Afrika veel voorkomen) een apart alarm voor luipaarden hadden, weer een ander alarm voor arenden en andere roofvogels, en een derde alarm voor slangen. Ook zij toonden d.m.v. playback experimenten aan dat de kreten informatie geven over het type roofdier wat in aantocht is. Sindsdien worden deze alarmkreten functioneel referentieel genoemd. Referentieel wil zeggen dat de kreten refereren of verwijzen naar zaken in de buitenwereld. Tot dan toe was de wetenschappelijke interpretatie van dierlijke communicatie dat dieren alleen maar hun gevoelens en passies uitdrukken in hun verschillende vormen van communicatie. Bij de alarmkreten van de meerkatten bleek voor het eerst dat dieren ook concrete informatie over iets in de buitenwereld aan elkaar communiceren, namelijk het type roofdier. De kreten worden functioneel referentieel genoemd, omdat ze functioneren als informatie gevend over de roofdieren om hen heen. Er is nog wel enige discussie in de wetenschap in hoeverre de meerkatten ook daadwerkelijk begrijpen welk roofdier eraan komt, of dat ze zonder echt besef van het type roofdier hebben geleerd welke vluchtreactie ze moeten kiezen. Toch is er wel een groeiende consensus onder wetenschappers dat de meest plausibele interpretatie moet zijn dat de dieren ook echt een mentaal plaatje in hun hoofd hebben van het type roofdier als ze een bepaalde alarmkreet horen. Zo scannen de meerkatten meteen de lucht zodra ze het arend-alarm horen en speuren ze de grond om hen heen af als het slangen-alarm wordt gegeven. Sindsdien zijn zulke verschillende alarmkreten ook aangetroffen bij stokstaartjes, katachtige roofdieren in Zuidelijk Afrika. Bij dieren die maar 1 uniforme vluchtreactie hebben bij alle types roofdieren vinden we maar 1 alarmkreet en geen meerdere, verschillende kreten. De bergmarmot vlucht altijd meteen zijn hol in en heeft daarom maar 1 alarmkreet.
Alarm! Grijze, dikke coyote in aantocht!
Slobodchikoff’s tweede boek, uit 2012
Bij de prairiehonden ontdekte Slobodchikoff dat hun alarmkreten niet alleen informatie geven over het type roofdier dat in aantocht is, maar zelfs een aantal fysieke kenmerken van het roofdier aangeven. Zo geven ze met een kleine verandering in het alarm aan wat de grootte, de dikte en de kleur van de vacht van het roofdier is. Zo kunnen ze elkaar meedelen dat er een grijze, dikke coyote in aantocht is, of een bruine, kleine coyote. Ze maken dan in beide gevallen het geluid van het coyote-alarm, maar met een kleine verandering, die door middel van sonogrammen of spectogrammen na computeranalyse goed te ontdekken is. Het is behoorlijk opmerkelijk dat de prairiehonden zo specifiek kunnen zijn in de informatie die ze aan elkaar geven over het roofdier wat hen belaagd. Waarom zouden ze elkaar informeren over de grootte, dikte of kleur van het roofdier? Alleen het type roofdier zou toch voldoende moeten zijn? Slobodchikoff interpreteert dat als volgt. Het zou te maken hebben met de verschillende soorten jachtgedrag van dezelfde, maar individueel verschillende roofdieren. Zo jaagt de ene coyote altijd op dieren die het verst van hun hol zijn en gaat de andere coyote stil bij de ingang van het hol liggen en blijft daar rustig een uur lang liggen, tot de prairiehonden hun hoofd weer naar buiten steken en dan gepakt worden. Als ze nou weten welk individu er op de loer ligt, kunnen ze zorgen dat ze altijd dicht bij het hol blijven, of dat ze juist heel voorzichtig moeten zijn bij het weer uit hun hol kruipen. In onderstaand filmpje krijg je een mooi overzicht van het onderzoek naar de alarmkreten van prairiehonden:
Is het taal?
De concrete experimenten die Slobodchikoff heeft gedaan zijn wetenschappelijk correct uitgevoerd en, tenzij er van bedrog sprake is, mogen we ervan uitgaan dat prairiehonden inderdaad zelfs de fysieke kenmerken van roofdieren in hun alarmkreten aangeven. Hoe je vervolgens deze communicatie interpreteert is nog wel degelijk onderwerp van grote controverse. Slobodchikoff beweert namelijk dat de prairiehonden een echte taal hebben en dat deze na de menselijke taal de meest complexe vorm van taal is die de wetenschap op dit moment kent. Hij zegt zelfs dat de prairiehonden zelfstandige naamwoorden (het type roofdier) en bijvoeglijke naamwoorden (diens fysieke kenmerken) hebben in hun taal. Net als bij de apentaalcontroverse vanaf de jaren ’80 is deze discussie sterk afhankelijk van de specifieke definitie van ‘taal’ die men hanteert. Noem je alle communicatie van dieren taal dan is dat wel aardig als uitdrukking van de continuïteit tussen mensen en andere dieren, maar daarmee verlies je wel de mogelijkheid om de specifieke kenmerken van onze menselijke taal te onderscheiden van de meer eenvoudige vormen van dierlijke communicatie. Mijn eigen definitie van taal is als volgt: de menselijke taal kenmerkt zich door 1. de aanwezigheid van symbolen (woorden en gebaren die verwijzen naar zaken in de buitenwereld), 2. betekenisvolle combinatie van symbolen (de aanwezigheid van structuur regels voor het combineren van woorden en gebaren tot echte zinnen, waarmee men meer kan uitdrukken dan met alleen losse woorden), en 3. een rijkdom aan functies waarvoor de talige communicatie wordt gebruikt (niet alleen alarm slaan bijvoorbeeld, maar ook het uitdrukken van allerlei gedachten en gevoelens, het vertellen van verhalen en fantasieën). In mijn eigen onderzoek naar de prestaties van de grote mensapen in het taalonderzoek was mijn conclusie dat ook de niet-menselijke grote mensapen (mensen zijn namelijk ook mensapen!) geen taal hadden geleerd in deze projecten. De apen waren zeer goed in staat tot het leren en gebruiken van losse, individuele symbolen (in de vorm van gebaren of geometrische symbolen op een computerscherm), maar als ze symbolen gingen combineren was er geen sprake van zinnen, maar rijgden ze lukraak de symbolen die ze hadden geleerd aan elkaar, in een poging de mens te bewegen hen iets te geven. Qua functies was hun symboolgebruik van de apen beperkt tot maar 1 functie: het vragen om objecten of acties.
Als we nu naar de alarmkreten van de prairiehonden kijken, dan moet ook daar de conclusie zijn dat de prairiehonden geen taal hebben. Ook al hebben ze verschillende soorten kreten die informatie over het roofdier geeft, tot nu toe blijft het daartoe beperkt en gaan ze niet verder. Alleen in de context van een roofdier geven ze elkaar specifieke informatie, maar daarbuiten lijkt hun communicatie inderdaad vooral een uiting van hun emoties of intenties. Je kunt de alarmkreten ook niet echt woorden noemen, omdat woorden in allerlei contexten worden gebruikt en wij mensen boodschappen kunnen geven in de vorm van zinnen als “ik zag gisteren een griezelige coyote” of “ik vind coyotes maar vieze beesten” of “ik heb gedroomd over een enge coyote.” Ook Slobodchikoffs gebruik van de termen zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden gaat te ver. Alleen wanneer je echte zinnen kunt maken, compleet met alle structuurregels van de grammatica en syntaxis, kun je uberhaupt spreken van zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden. Om die reden kun je beter spreken van objecten en eigenschappen. Eenzelfde fout zagen we plaatsvinden in het apentaalonderzoek: daar spraken sommige onderzoekers ook over zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden. Maar uit niets was gebleken dat de mensapen het grammaticale stadium hadden bereikt. Het was daarom beter om over symbolen voor objecten, acties en eigenschappen van objecten te spreken. Ook bij menselijke kinderen zien we dat ze eerst in objecten, acties en eigenschappen spreken, voordat ze grammatica leren en ze grammaticale termen als zelfstandig en bijvoeglijk naamwoord en werkwoord leren en door hebben dat deze woorden met elkaar structureel in verband staan.
Is taal belangrijk dan?
Net als echolocatie uniek is voor dolfijnen en vleermuizen, is taal uniek voor mensen. (klik op het plaatje om een animatie te zien van de echolocatie)
Mijn conclusie is dus dat taal alleen bij mensen voorkomt. Ik krijg nog wel eens kritiek op deze conclusie. Men denkt dan dat ik door de term ‘taal’ voor te behouden aan mensen ik net als veel wetenschappers en filosofen in het verleden opnieuw bezig ben om een dichotomie, een tweedeling tussen mensen aan de ene kant en alle andere dieren aan de andere kant, in stand te houden. Maar dat is zeer zeker niet de motivatie waar mijn wetenschappelijke conclusie uit voortkomt. De reden waarom ik de term ‘taal’ wil beperken tot menselijke talige communicatie is om daarmee aan te geven dat de menselijke taal in een aantal opzichten heel anders van aard is dan de natuurlijke communicatie van andere dieren. Dat is nou eenmaal de enige conclusie die je kunt trekken na meer dan honderd jaar taalonderzoek met allerlei dieren en al het recente onderzoek van de natuurlijke communicatie van dieren. Dat wil echter niet zeggen dat mensen daardoor opeens hele bijzondere dieren zijn, die anders zijn dan alle andere dieren. Het gaat mij om de specifieke aard en werkelijke natuur van ieder dier. Bij mensen zien we dan dat wij een taalvermogen hebben dat we met geen ander dier delen, waar wij dan speciaal in zijn. Maar het geldt tegelijkertijd voor elke diersoort dat die speciaal is, omdat daar in de loop van de evolutie vermogens bij zijn ontwikkeld die bij geen ander dier voorkomen. Denk aan het vermogen tot echolocatie, wat we tot nu toe alleen tegenkomen bij dolfijnen en vleermuizen. Daarin zijn dolfijnen en vleermuizen speciaal. Op dezelfde manier moet je naar het taalvermogen bij mensen kijken: dat is dan hetgeen waar mensen speciaal in zijn.
Ook denkt men soms dat ik, door taal te zien als iets uniek menselijks, een breuk aanbreng in de continuïteit tussen mensen en alle andere dieren. Dat is inderdaad de positie geweest van René Descartes, die mensen als speciale wezens zag die door een god als enige wezens een geest geschonken hadden gekregen. Inmiddels is Descartes’ positie natuurlijk achterhaald en weten we nu dat de evolutie erop wijst dat er één groot continuüm bestaat tussen alles wat leeft. Als we dan naar de menselijke taal kijken, dan zet ik die wel apart van andere vormen van communicatie, maar natuurlijk ligt taal dan wel in het verlengde van de natuurlijke dierlijke communicatie. In de evolutie van de mens is op een gegeven moment taal ontwikkeld vanuit niet-talige communicatie, en in die zin is er dus gewoon een continuum tussen taal en communicatie. De tussenvormen die er zullen hebben bestaan zijn echter al lang uitgestorven en wat er over is gebleven zijn mensen die een volwaardige taal hebben ontwikkeld. Op een zelfde manier is het vermogen tot echolocatie bij dolfijnen en vleermuizen in een continuum geëvolueerd uit al eerder bestaande vormen van navigatie en exploratie. Ook daar lijken de tussenvormen daarvan inmiddels te zijn uitgestorven. Continuïteit tussen alle dieren en het bestaan van voor elk dier speciale vermogens bijt elkaar dus geenszins.
Zijn dieren zonder taal dan minder waard?
Vaak denkt men ook dat ik door de term ‘taal’ te beperken tot mensen ik daarmee alle andere dieren op een lager moreel plan zet, ze een lagere morele status geef. Maar ook dat is niet wat ik bedoel. In mijn eigen morele positie op het gebied van de dierethiek ga ik ervan uit dat de aanwezigheid van ervaringsbewustzijn (het vermogen om allerlei zaken subjectief te beleven, zoals pijn, plezier en allerlei andere emoties) een voldoende voorwaarde is voor morele gelijkheid tussen alle dieren die er bestaan. Voor alle gewervelde dieren is er inmiddels uit heel veel onderzoek naar gedrag en zenuwstelsel voldoende kennis om te concluderen dat zij ervaringsbewustzijn hebben. En ook voor ongewervelde dieren worden steeds meer studies gedaan, waardoor het ook meer aannemelijk wordt dat ook zij iets van ervaringsbewustzijn zouden kunnen hebben (zie bv. het onderzoek naar pijn bij allerlei ongewervelden).
Binnen mijn dierethische visie zijn dan vervolgens alle specifieke vermogens die een dier heeft verder volslagen onbelangrijk voor de manier waarop we met het dier omgaan. Een mens met taal is dus niet meer waard dan een aap zonder taal. Op dezelfde manier dat een dolfijn met echolocatie niet meer waard is dan een zeezoogdier zonder echolocatie. Alle dieren zijn dus gelijk! Helaas vergeet men dan vaak mijn eigen morele conclusies als ik op wetenschappelijk gebied wil verdedigen dat taal iets unieks menselijks is.
Over 10 jaar praten met je huisdier
In het interview in The Atlantic spreekt Con Slobodchikoff zijn optimisme uit dat we in de nabije toekomst op een vergelijkbare manier als bij de prairiehonden ook de communicatie van onze huisdieren tot in detail kunnen ontrafelen. Zolang de informatietechnologie zich verder ontwikkelt, zouden we over zo’n 5 of 10 jaar misschien een soort smartphone kunnen ontwikkelen die het geluid van je huisdier vertaalt in een menselijke zin. Een blaf van je hond zou dan kunnen betekenen “ik wil vanavond kip eten,” en een miauw van je kat zou kunnen zeggen: “je hebt mijn kattenbak de laatste tijd niet schoongemaakt.” En daar houdt het niet op, want met dezelfde smartphone zou je als mens vervolgens ook een geblafte of gemiauwde boodschap terug kunnen laten horen en op die manier een hele dialoog kunnen aangaan met je huisdier. Het apparaat zou dan jouw menselijke klanken vertalen in geblaf of gemiauw wat je hond of kat kan begrijpen. En niet alleen met honden en katten, maar mogelijk ook boerderijdieren of zelfs leeuwen en tijgers.
De massamedia pakken het op: ik word geinterviewd
Natuurlijk kon deze opmerkelijke uitspraak van Slobodchikoff niet onopgemerkt blijven in medialand. In Nederland verscheen in het Algemeen Dagblad van 6 juni een artikel met als titel ‘Binnen nu en 10 jaar praten we met onze huisdieren.’ Op dezelfde dag werd er contact met mij opgenomen door de redactie van het programma Editie NL, wat elke werkdag na het RTL Nieuws van zes uur wordt uitgezonden op RTL 4. Een licht informatief programma, wat vooral als infotainment kan worden gekarakteriseerd. De volgende ochtend stond er een filmploeg in mijn huis en werd ik als Instituut voor Dieren in Filosofie en Wetenschap geinterviewd over Slobodchikoff’s optimistische uitspraak. Het interview zelf duurde zo’n 15 minuten, maar zoals dat meestal gaat bij korte items in de media, worden daar maar een paar zinnen of one-liners uitgehaald. ’s Avonds werd het programma uitgezonden, het item zelf duurde maar 2,5 minuten en inderdaad bleek dat mij uiteindelijk maar 2 of 3 zinnen toebedeeld was, naast een paar uitspraken van hondenenthousiast Martin Gaus. Het item kreeg de naam “Wat zeg je miauw?” en is nog op internet te zien, door op deze link te klikken. Mijn eigen mening over de boude claim van Slobodchikoff kwam overeen met die van Martin Gaus. Natuurlijk zijn er verschillende vormen van geblaf en gemiauw. Maar iemand die een goede band heeft met diens dierlijke huisgenoot en daar goed op let, die kan prima de boodschap van de hond of kat ontrafelen. Angstig geblaf klinkt anders dan blij en speels geblaf. En een groetende miauw van een kat is weer heel anders van geluid dan een dreinend gemiauw van een kat die onmiddelijk voer wil. Je hebt dus helemaal geen smartphone met een vertaalgadget nodig om met je huisdieren te communiceren! Ook geloof ik niet dat honden en katten zulke specifieke informatie communiceren dat ze boodschappen zouden uitzenden als “ik wil vanavond kip als diner!” Uiteraard hebben dieren individuele voorkeuren voor het soort voedsel dat ze willen eten, en kunnen ze dat ook nonverbaal aangeven als je hen verschillende types voedsel zou aanbieden waar ze uit mogen kiezen. Maar dat dergelijke informatie in hun geblaf of gemiauw verborgen zit vind ik zeer onwaarschijnlijk.
De eenzaamheid van de mens
Aan mij als psycholoog van het Instituut voor Dieren in Filosofie en Wetenschap werd door Editie NL ook de vraag gesteld waarom mensen eigenlijk zo graag willen kunnen praten met hun huisdieren. Natuurlijk had ik daar een uitgebreid antwoord op, maar uiteraard te lang voor de vluchtige media. Uiteindelijk hebben ze deze zin uitgezonden: “Omdat we gewoon meer kennis willen hebben over dat andere dier, en we willen eigenlijk ook die eenzame positie die we een beetje hebben als mens als enige talige wezen op de wereld een beetje kunnen doorbreken door dus ook met andere dieren op dezelfde manier te kunnen kletsen.” Op de site van het programma Editie NL hadden ze daar weer iets anders van gemaakt. Daar stond het volgende: “Mensen voelen zich snel eenzaam. Wij willen praten met onze dieren omdat we op zoek zijn naar gezelschap. Het zit veel baasjes dwars dat ze niet kunnen praten met hun huisdier, terwijl die iedere dag bij ze is. We willen weten wat dieren denken, wat ze bezighoudt en wat ze willen.” Het is natuurlijk waar dat wij mensen meer informatie zouden willen hebben over wat er in andere dieren omgaat en juist het feit dat andere dieren geen taal hebben leidt er toe dat we als mensen soms gissen naar wat een dier denkt of voelt. Zeker als je dat tot in detail zou willen weten. De natuurlijke communicatie van andere dieren geeft ons mensen zeker heel veel informatie, zoals dat een hond of kat bang of blij is, maar diezelfde hond of kat communiceert niet tot in heel specifiek detail waaróm deze bang of blij is, bijvoorbeeld.
Maar wat betreft de eenzaamheid van de mens bedoelde ik helemaal niet dat eenzame mensen op zoek naar gezelschap met dieren willen kunnen praten. Zo lijkt het haast alsof vooral eenzame mensen contact willen hebben met andere dieren en dat is natuurlijk onzin. Nee, wat ik bedoelde is dat de mens dus als enige talige wezen in de wereld een eenzame positie bekleedt. Geen enkel ander dier kan op een talige manier communiceren en op dezelfde wijze als mensen tot in heel groot detail over alle innerlijke gedachten en gevoelens met elkaar praten. Als talige wezens zijn we zo gewend aan een talige manier van communicatie dat we bij andere dieren merken dat dat niet lukt. Zo merken we natuurlijk dat er nog veel voor ons verborgen blijft van wat er bij andere dieren in hen omgaat. Tegelijkertijd confronteert ons dat met het feit dat we de enige talige dieren zijn en dat kan een op filosofisch gebied eenzaam gevoel geven. De doorbraak die er in de jaren ’70 leek te zijn in het apentaalonderzoek met de gebarende mensapen nam dat eenzame gevoel tijdelijk enigszins weg en vervulde de mensheid in die tijd met de hoop dat we van alles te weten zouden kunnen komen over andere dieren en dat we met andere dieren op dezelfde gedetailleerde manier zouden kunnen praten over allerlei zaken van het leven e.d. Toen echter bleek dat ook de mensapen niet tot taal in staat waren vielen we weer terug in die eenzame positie. De dieren praatten niet terug en we kunnen geen enkel ander dier om diens mening of advies vragen en moeten het dus helemaal zelf alleen doen, met al onze twijfels, zorgen en grote vragen over het leven en de wereld in ons hoofd.
Kom naar de cursus Communicatie en taal bij dieren!
Bent U geboeid geraakt door deze hele discussie? Schrijf U dan in voor mijn cursus “Communicatie en taal bij dieren. Recente ontwikkelingen in wetenschappelijk onderzoek.” Op 3 zaterdagen in november geef ik in Amsterdam deze cursus voor iedereen die geinteresseerd is in het onderwerp. Naast de alarmkreten van prairiehonden, meerkatten en stokstaartjes gaan we daar uitgebreid in op al het taalonderzoek met dieren (mensapen, dolfijnen, zeeleeuwen, honden en papegaaien) en behandelen we ook de natuurlijke communicatie van mensapen, vogels (vogelzang en vogelroepe) en walvissen en dolfijnen. Klik hier voor meer informatie over deze cursus en om U aan te melden.
Eind april heb ik een lezing gegeven voor de HondenUniversiteit van Monique Appels over het recente onderzoek naar de intelligentie van honden. Voor een volle zaal belangstellenden heb ik met veel plezier de belangrijkste uitkomsten besproken van de nieuwe wetenschappelijke studies naar de sociale en fysieke intelligentie van honden, die op allerlei universiteiten over de wereld worden uitgevoerd. Monique heeft een mooie bespreking van deze lezing geschreven voor het tijdschrift Los Vast van de Nederlandse Vereniging voor Instructeurs in Hondenopvoeding- en opleiding. Hieronder is het artikel te lezen.
Monique Appels heeft ook op de website van de HondenUniversiteit een artikel geplaatst over mijn lezing. Klik hier om dat te lezen.
Wil jij ook een goed overzicht van het recente onderzoek naar de intelligentie van honden? Op zaterdag 21 september organiseer ik met mijn Instituut voor Dieren in Filosofie en Wetenschap een Dierlijke Lezingdag over het onderwerp, waar ik uitgebreid zal ingaan op de verschillende vormen van intelligentie die bij honden worden onderzocht. Ik presenteer het wetenschappelijke onderzoek op een voor iedereen begrijpelijke en enthousiaste manier, met veel beeldmateriaal en leuke filmpjes om het een en ander nog inzichtelijker te maken. Er is ruimte voor discussie en met plezier behandel ik alle vragen van het publiek. De lezingdag wordt gehouden in Amsterdam, duurt van 11.00 tot 17.30 en is inclusief een heerlijke lunch. Kosten zijn 60 euro of 40 euro voor studenten met een studentenkaart. Om je op te geven stuur je een mailtje naar estebanyes@gmail.com Klik hier voor nog verdere informatie over de Dierlijke Lezingdagen die ik organiseer. Tot ziens in Amsterdam!
De afgelopen jaren heb ik aan meerdere universiteiten in het land voor het Hoger Onderwijs Voor Ouderen (HOVO) met succes de cursus “Communicatie en taal bij dieren. Recente ontwikkelingen in wetenschappelijk onderzoek” gegeven, waarin ik de wetenschappelijke stand van zaken bespreek over de natuurlijke communicatie van allerlei dieren en de resultaten die uit taalonderzoek met verschillende dieren zijn voortgekomen. Deze cursus was bij de HOVO’s alleen beschikbaar voor mensen van 50 jaar en ouder. Herhaald kreeg ik dan ook het verzoek om deze cursus ook te gaan geven voor mensen onder de 50 jaar en daar wil ik nu gehoor aan geven. Het Instituut voor Dieren in Filosofie en Wetenschap organiseert in november een 3-daagse cursus “Communicatie en taal bij dieren” voor mensen van alle leeftijden.
Beschrijving:
Het paard Slimme Hans, begin 20e eeuw Berlijn. Hans zou allerlei vragen van mensen kunnen beantwoorden…
Vogels zingen, honden blaffen en kikkers kwaken: overal communiceren dieren. In het dierenrijk vindt communicatie op allerlei manieren plaats. Op een gegeven moment in de evolutie heeft dierlijke communicatie zich ontwikkeld tot menselijke taal. De vraag die wetenschappers en filosofen al lange tijd bezig houdt, is of de mens daarbij een eenzame positie heeft als het enige wezen met taal. Vanaf begin twintigste eeuw is er veel onderzoek gedaan waarbij werd getracht om allerlei dieren (delen van) de menselijke taal aan te leren. Daarnaast is men steeds verder gekomen in het onderzoek naar de natuurlijke communicatie van dieren. In deze cursus gaan we de stand van zaken behandelen op het gebied van het onderzoek naar communicatie en taal bij dieren. De cursus biedt u een breed overzicht, waarbij op kritische wijze het communicatie- en taalonderzoek met dieren wordt behandeld.
Dag 1. Zaterdag 2 november:
Communicatie en menselijke taal: Kenmerken en definities. De taalontwikkeling van kinderen. De alarmkreten van meerkatten en prairiehonden. De communicatie en dansen van honingbijen. De communicatie van walvissen en dolfijnen.
Wat delen deze prairie honden elkaar mee over roofdieren in hun alarmkreten?
Tijdens de eerste dag behandelen we de verschillende vormen van communicatie die er bestaan. Om een goed onderscheid te kunnen maken tussen dierlijke communicatie en menselijke taal, gaan we in op de kenmerken van de menselijke taal. We behandelen de relatie tussen taal en hersenen en bekijken hoe taal zich ontwikkelt bij menselijke kinderen. Ook kijken we naar de interpretatie van dierlijke communicatie: alleen een uiting van passies en emoties, of kunnen dieren ook verwijzen naar verschillende zaken in de wereld? Wat betekenen de alarmkreten van meerkatten en prairiehonden? Ook behandelen we de dansen van honingbijen, waarmee bijen elkaar informatie geven over geschikte voedsellocaties. Tenslotte gaan we in op de natuurlijke communicatie van walvissen en dolfijnen, waaronder de walviszang.
Dag 2. Zaterdag 9 november:
De natuurlijke communicatie van en taalonderzoek met grote mensapen: chimpansees, bonobo’s, gorilla’s en orang-oetans.
De chimpansee Tatu maakt het gebaar voor BLACK
Hoe communiceren onze naaste verwanten? In de laatste decennia is veel bekend geworden over de verschillende vormen van communicatie van de grote mensapen. We behandelen de communicatieve waarde van de gezichtsuitdrukkingen van de grote mensapen, hun specifieke vocalisaties en de communicatieve gebaren waar grote mensapen van nature gebruik van maken. Vervolgens gaan we in op het taalonderzoek met mensapen. Al meer dan een eeuw is in allerlei, vaak controversiële, onderzoeken geprobeerd grote mensapen een menselijke taal aan te leren. Zo zijn chimpansees en andere mensapen gebruikt in experimenten om ze gesproken woorden te laten uitspreken. Ook probeerde men chimpansees, gorilla’s en orang-oetans gebaren te leren om met mensen te communiceren. Beroemde apen zoals de chimpansee Washoe en de gorilla Koko leerden met succes tientallen gebaren. Maar vervolgens onstond de apentaalcontroverse, want in hoeverre is hier eigenlijk sprake van taal? We gaan in op methodologische valkuilen en fouten in interpretaties en conclusies. We behandelen ook het eigen onderzoek van dr. Rivas met deze talige apen. Daarnaast gaan we in op het onderzoek waarbij Kanzi en andere bonobo’s communiceren d.m.v. geometrische symbolen (lexigrammen).
Dag 3. Zaterdag 16 november:
De zang en roepen van vogels. Taalonderzoek met dolfijnen, zeeleeuwen en papegaaien. Begrip menselijke communicatieve signalen door honden en andere gedomesticeerde dieren. Taalonderzoek met honden. Evolutie van menselijke taal.
Zangvogels zingen liederen, maar hebben ook allerlei roepen waarmee ze communiceren.
Alle vogelsoorten hebben verschillende soorten roepen: om contact te houden, emoties te uiten, alarm te slaan. Hoe herkent U deze roepen? Daarnaast zingen zangvogels, papegaaien en kolibries liederen met een specifieke opbouw en functie, die ze leren van hun ouders. Wat zijn hier de overeenkomsten met menselijke taal? Vervolgens gaan we in op het taalonderzoek met andere dieren dan apen: Kunnen dolfijnen en zeeleeuwen opdrachten uitvoeren die door mensen worden gegeven door middel van gebaren? Kunnen papegaaien met mensen communiceren door menselijke woorden uit te spreken? En wat begrijpen honden en andere gedomesticeerde dieren van onze communicatie, zoals wijzen en blikrichting? Recent onderzoek laat zien dat sommige honden honderden menselijke woorden voor allerlei objecten kunnen begrijpen. Tenslotte behandelen we een aantal theorieën over het ontstaan van de menselijke taal.
Na deze cursus heeft U een nieuwe kijk op de manier waarop dieren communiceren en heeft U inzicht in de vraag in hoeverre we van taal kunnen spreken bij andere dieren. Naast verrassende inzichten in de dieren om ons heen krijgt U ook een beeld van de soms hoog oplopende controverses op dit gebied.
Voor wie? De cursus is bedoeld voor mensen die professioneel met dieren werken, voor studenten, en voor alle mensen die geïnteresseerd zijn in dieren en hun kennis daarover willen vergroten. Een specifieke vooropleiding is niet vereist. Wel is het handig als men passief Engels kan begrijpen, aangezien niet alle filmpjes die ik zal laten zien ondertiteld zijn.
Praktische informatie. De cursus bestaat uit drie zaterdagen die beginnen om 11.00 uur en eindigen om 17.30 uur. Het betreft zaterdag 2, 9 en 16 november. Het is aan te raden om de volledige cursus van drie dagen te volgen, maar men kan zich ook voor 1 of 2 van de dagen inschrijven. Kosten zijn 160 euro voor de hele cursus (studenten met studentenkaart 100 euro), of 60 euro (40 euro voor studenten) per losse dag. Bij de prijs is een (veganistische) lunch en koffie en thee in de ochtend en middag inbegrepen. Locatie:Madame de Pompadour, Langsom 28 te Amsterdam. Deze locatie is zeer goed te bereiken met de auto (er is zelfs gratis parkeergelegenheid) en met het openbaar vervoer. U kunt zich opgeven door een bericht te sturen aan estebanyes@gmail.com. U kunt ook onderstaand formulier invullen om U aan te melden voor de cursus:
Naast de twee lezingdagen in Drenthe (15 september: bewustzijn en emoties bij dieren, en 6 oktober: inleiding tot de dierethiek), organiseert het Instituut voor Dieren in Filosofie en Wetenschap – IDFW deze herfst ook weer 3 Dierlijke Lezingdagen in Amsterdam. Tijdens deze dagen zal dr. Esteban Rivas een dag lang uitgebreid de volgende onderwerpen behandelen: het recente onderzoek naar de intelligentie van honden, bewustzijn en emoties bij dieren, en een inleiding tot de dierethiek. De dagen zijn toegankelijk voor alle belangstellenden die hun kennis willen vergroten over de huidige wetenschappelijke stand van zaken over de intelligentie van honden, het bewustzijn en de emoties van honden en andere dieren, en die meer kennis willen verkrijgen en willen nadenken over dierethiek. De lezingdagen beginnen om elf uur ‘s ochtends en gaan door tot half zes ‘s middags, met halverwege een veganistische lunch. Zoals gebruikelijk zullen de lezingdagen worden opgeluisterd door veel beeldmateriaal en leuke, boeiende filmpjes. Na afsluiting van de dag ontvangt U een certificaat van het Instituut voor Dieren in Filosofie en Wetenschap. Hieronder volgt de beschrijving en de praktische informatie over de drie dagen.
zaterdag 21 september: Dierlijke Lezingdag 1: Recent onderzoek naar de intelligentie van honden.
Hoe slim zijn honden?
Beschrijving: De afgelopen 19 jaar vinden er heel veel nieuwe studies plaats naar de intelligentie of cognitie van honden. Zo zijn er inmiddels aparte instituten opgericht aan universiteiten over de hele wereld waar intelligentie-onderzoek met honden wordt gedaan: het Family Dog Project aan de Universiteit van Boedapest (Adam Miklosi), de afdeling Vergelijkende en Ontwikkelingspsychologie van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie van de Universiteit van Leipzig (Juliane Kaminski en Michael Tomasello), het Clever Dog Lab aan de Universiteit van Wenen (Ludwig Huber) en het Duke Canine Cognition Center aan de Duke University in de Verenigde Staten (Brian Hare). Tijdens deze lezingdag zal dr. Rivas uitgebreid ingaan op de uitkomsten van al deze recente onderzoeken met honden. Centraal staan de thema’s sociale en fysieke intelligentie. Onderwerpen die aan bod zullen komen zijn o.a.: Begrijpen honden wat mensen zien, horen en weten? In hoeverre begrijpen honden menselijke communicatieve signalen zoals wijzen en blikrichting? Wat leren honden door sociale observatie, zijn ze in staat tot imitatie? Bestaat er bewijs voor empathie bij honden? Wat is er uit taalonderzoek met honden voortgekomen, kunnen honden menselijke woorden begrijpen? Waaruit bestaat de fysieke intelligentie van honden, wat begrijpen ze van hun fysieke omgeving? Hebben ze door dat voorwerpen blijven bestaan (object-permanentie) en hoe gedragen honden zich in spannende onderzoeken als de toverbeker? De lezingdag geeft je een goed overzicht van de huidige stand van zaken op het gebied van de wetenschappelijke kennis over de intelligentie van honden. Dat zal voor een deel ook je eigen beeld veranderen van waar honden toe in staat zijn qua intelligentie.
zaterdag 12 oktober: Dierlijke Lezingdag 2: Bewustzijn en emoties bij dieren.
Heel veel dieren dromen en hebben affectie voor elkaar.
Beschrijving: Tijdens deze lezingdag gaat dr. Esteban Rivas in op de vraag of andere dieren net als mensen het vermogen hebben om dingen te beleven en te ervaren, zoals pijn en plezier. Zijn dieren robotten zonder beleving of ervaren dieren sensaties en andere zaken net als wij bewust? De Franse filosoof René Descartes beweerde dat dieren geen bewustzijn konden bezitten. Ook het behaviorisme binnen de psychologie leidde ertoe dat het onderwerp bewustzijn taboe werd verklaard. Ook hedentendage zijn er nog denkers die geen bewustzijn toeschrijven aan dieren, vaak op grond van afwezigheid van ‘hogere’ cognitieve vermogens en taal. Daartegenover staan posities die de aanwezigheid van bewustzijn beargumenteren op grond van de analogieredenering en nauwkeurige studie van het zenuwstelsel en het gedrag van dieren. Zo zal Rivas de affectieve neurowetenschap van Jaak Panksepp behandelen, waaruit blijkt dat tenminste alle zoogdieren en ook vogels allemaal een aantal hersencentra voor dezelfde emotionele systemen delen. Daarnaast zal er worden ingegaan op de concrete emoties van honden en andere dieren. Wat voor emoties kennen ze? Plezier, pijn, jaloezie, schuldgevoel, dankbaarheid? Hoe belangrijk is affectie en liefde in het leven van dieren? Welke dieren lijken te rouwen om overleden soortgenoten? Kunnen ratten, honden en apen lachen en hebben ze humor? Kunnen dieren trauma’s oplopen? En wat voor overeenkomsten bestaan er tussen mensen en andere dieren wat betreft het hebben van veranderde bewustzijnstoestanden, zoals dromen en het onder invloed zijn van psychofarmaca en drugs?
zaterdag 19 oktober Dierlijke Lezingdag 3: Inleiding tot de dierethiek.
Hoe moeten we met andere dieren omgaan?
Beschrijving: Op deze lezingdag zal dr. Rivas een overzicht geven van de belangrijkste stromingen op het gebied van de dierethiek. Na een korte uiteenzetting over filosofie en ethiek en een bespreking van de geschiedenis van het morele denken over dieren komen de belangrijkste hedendaagse filosofen aan bod. Peter Singer met zijn utilistische ethiek gericht op dierenbevrijding. Tom Regan die vanuit de deontologische ethiek pleit voor dierenrechten. Filosofen die de aanwezigheid van bewustzijn als voldoende voorwaarde voor morele consideratie zien, zoals Gary Francione. Filosofen die een moreel onderscheid maken tussen mensen en andere dieren op grond van het menselijk taalvermogen (Frey, Carruthers). De feministische dierethiek die met de begrippen zorg en dialoog naar dieren kijkt. En tenslotte de deep ecology, waar mensen en andere dieren onderdeel zijn van de biosfeer. Vragen die hierbij behandeld zullen worden zijn o.a.: Is het hebben van zelfbewustzijn van belang voor de manier waarop een dier behandeld dient te worden? Zijn sommige dieren vervangbaar? Wanneer is er sprake van speciesime, discriminatie op grond van soort? Wat zijn de argumenten voor gelijkheid tussen alle dieren? Hebben alle levende wezens een inherente waarde? Wat moet je doen als je in een reddingsboot zit met 3 andere mensen en 1 hond en eentje moet overboord omdat de boot dreigt te zinken? Na deze behandeling van de verschillende stromingen en standpunten op het gebied van de dierethiek volgt een praktisch gedeelte. Daarvoor zullen de deelnemers worden ingedeeld in de belangrijkste dierethische stromingen. Vervolgens gaan we een aantal ethische vraagstukken of dilemma’s behandelen, waarbij het de bedoeling is dat de deelnemers zich het denken eigen maken van de stroming waarbij ze zijn ingedeeld en leren beargumenteerd een positie te bepalen m.b.t. het ethische vraagstuk. Denk aan het vraagstuk van het houden van dieren in gevangenschap, zoals in dierentuinen, maar bijvoorbeeld ook aan de recente issues rond de uitgezette grazers in de Oostvaardersplassen: Is het moreel gerechtvaardigd om deze dieren niet bij te voeren, maar af te schieten tijdens strenge winters?
Voor wie? De lezingdagen zijn bedoeld voor mensen die professioneel met dieren werken, voor studenten, en voor alle mensen die geïnteresseerd zijn in dieren en hun kennis daarover willen vergroten. Een specifieke vooropleiding is niet vereist. Wel is het handig als men passief Engels kan begrijpen, aangezien niet alle filmpjes die ik zal laten zien ondertiteld zijn. Voor hondengedragstherapeuten aangesloten bij de vereniging Alpha gelden 2 van de lezingdagen als punten voor permanente educatie. Voor de lezingdag “Recent onderzoek naar de intelligentie van honden” en voor “Bewustzijn en emoties bij dieren” krijgen deze hondengedragstherapeuten 5 punten permanente educatie per lezingdag. Maar dit betekent uiteraard niet dat de lezingdagen alleen interessant zijn voor hondengedragstherapeuten! Iedereen met de wens de kennis te vergroten over dieren is welkom!
Praktische informatie. De lezingdagen beginnen om 11.00 uur en eindigen om 17.30 uur. Deelname aan de lezingdagen in kost 60 euro per lezingdag. Studenten (met studentenkaart) betalen 40 euro per lezingdag. Mensen die zich inschrijven voor alledrie de lezingdagen krijgen een korting en betalen in totaal 160 euro. Studenten die zich inschrijven voor alledrie de lezingdagen betalen in totaal 100 euro. Bij de prijs is een (veganistische) lunch en koffie en thee in de ochtend en middag inbegrepen.
Locatie: Madame de Pompadour, Langsom 28 te Amsterdam. Deze locatie is zeer goed te bereiken met de auto (er is zelfs gratis parkeergelegenheid) en met het openbaar vervoer.
U kunt zich opgeven voor alledrie de lezingdagen of voor 1 of 2 lezingdagen naar keuze. U kunt zich opgeven door een bericht te sturen aan estebanyes@gmail.com. U kunt ook onderstaand formulier invullen om U aan te melden voor 1 of 2 lezingdagen of voor alledrie de lezingdagen samen:
In december is het de bedoeling om deze drie Dierlijke Lezingdagen te organiseren in het oosten of zuiden van het land. Nadere informatie volgt tezijnertijd.
Na de succesvolle en gezellige lezingdag over de intelligentie van honden, afgelopen april in Drenthe, was er behoefte aan nog meer dierlijke lezingdagen van mijn hand. Ik keer dan ook terug naar de Noordelijke provincies van ons land met twee nieuwe lezingdagen. Eén over het bewustzijn en het emotionele leven van honden en andere dieren. En een dag over dierethiek, waarin we zullen ingaan op de verschillende standpunten die er bestaan over hoe we met andere dieren moeten omgaan. De dagen zijn toegankelijk voor alle belangstellenden die hun kennis willen vergroten over het bewustzijn en de emoties van dieren en die meer kennis willen verkrijgen en willen nadenken over dierethiek. De lezingdagen zullen worden gehouden in Zwiggelte in de provincie Drenthe. We beginnen dan om elf uur ’s ochtends en gaan door tot half zes ’s middags. Zoals gebruikelijk zullen de lezingdagen worden opgeluisterd door veel beeldmateriaal en leuke, boeiende filmpjes. Na afsluiting van de dag ontvangt U een certificaat van het Instituut voor Dieren in Filosofie en Wetenschap. Hieronder volgt de informatie over beide dagen.
Zondag 15 september: Lezingdag “Bewustzijn en emoties bij dieren.”
Kennen dieren affectie en liefde?
Tijdens deze lezingdag gaat dr. Esteban Rivas in op de vraag of andere dieren net als mensen het vermogen hebben om dingen te beleven en te ervaren, zoals pijn en plezier. Zijn dieren robotten zonder beleving of ervaren dieren sensaties en andere zaken net als wij bewust? De Franse filosoof René Descartes beweerde dat dieren geen bewustzijn konden bezitten. Ook het behaviorisme binnen de psychologie leidde ertoe dat het onderwerp bewustzijn taboe werd verklaard. Ook hedentendage zijn er nog denkers die geen bewustzijn toeschrijven aan dieren, vaak op grond van afwezigheid van ‘hogere’ cognitieve vermogens en taal. Daartegenover staan posities die de aanwezigheid van bewustzijn beargumenteren op grond van de analogieredenering en nauwkeurige studie van het zenuwstelsel en het gedrag van dieren. Zo zal Rivas de affectieve neurowetenschap van Jaak Panksepp behandelen, waaruit blijkt dat tenminste alle zoogdieren en ook vogels allemaal een aantal hersencentra voor dezelfde emotionele systemen delen. Daarnaast zal er worden ingegaan op de concrete emoties van honden en andere dieren. Wat voor emoties kennen ze? Plezier, pijn, jaloezie, schuldgevoel, dankbaarheid? Hoe belangrijk is affectie en liefde in het leven van dieren? Welke dieren lijken te rouwen om overleden soortgenoten? Kunnen ratten, honden en apen lachen? Kunnen dieren trauma’s oplopen? En wat voor overeenkomsten bestaan er tussen mensen en andere dieren wat betreft het hebben van veranderde bewustzijnstoestanden, zoals dromen en het onder invloed zijn van psychofarmaca en drugs?
Voor wie? De lezingdag is bedoeld voor mensen die professioneel met dieren werken, voor studenten, en voor alle mensen die geïnteresseerd zijn in dieren en hun kennis daarover willen vergroten. Een specifieke vooropleiding is niet vereist. Wel is het handig als men passief Engels kan begrijpen, aangezien niet alle filmpjes die ik zal laten zien ondertiteld zijn.
Praktische informatie. De dag duurt van 11 uur ‘s ochtends tot 17.30 uur en wordt gehouden in Logement In Den Groene Specht, Hoofdstraat 13 te Zwiggelte in Drenthe. Zwiggelte is vanuit de meeste plaatsen in de vier noordelijke provincies te bereiken binnen 100 kilometer. De lokatie is alleen met de auto te bereiken, maar indien U afhankelijk bent van openbaar vervoer kan er waarschijnlijk wel iets geregeld worden. Kosten voor de dag zijn 55 euro, inclusief lunch, koffie en thee. Voor studenten (met een studentenkaart) is de prijs 35 euro. Vegetarische of veganistische lunch is mogelijk indien gewenst. Om U aan te melden stuurt U een boodschap naar estebanyes@gmail.com Ook kunt U zich apart aanmelden voor een informeel eten na afloop met dr. Rivas in het logement (vegetarisch/veganistisch mogelijk).
Zondag 6 oktober: Lezingdag “Inleiding tot de dierethiek.”
Hoe kunnen we het beste met andere dieren omgaan?
Op deze lezingdag zal dr. Rivas een overzicht geven van de belangrijkste stromingen op het gebied van de dierethiek. Na een korte uiteenzetting over filosofie en ethiek en een bespreking van de geschiedenis van het morele denken over dieren komen de belangrijkste hedendaagse filosofen aan bod. Peter Singer met zijn utilistische ethiek gericht op dierenbevrijding. Tom Regan die vanuit de deontologische ethiek pleit voor dierenrechten. Filosofen die de aanwezigheid van bewustzijn als voldoende voorwaarde voor gelijke morele consideratie zien, zoals Gary Francione. Filosofen die een moreel onderscheid maken tussen mensen en andere dieren op grond van het menselijk taalvermogen (Frey, Carruthers). De feministische dierethiek die met de begrippen zorg en dialoog naar dieren kijken. En tenslotte de deep ecology, waar mensen en andere dieren onderdeel zijn van de biosfeer. Vragen die hierbij behandeld zullen worden zijn o.a.: Is het hebben van zelfbewustzijn van belang voor de manier waarop een dier behandeld dient te worden? Zijn sommige dieren vervangbaar? Wanneer is er sprake van speciesisme, discriminatie op grond van soort? Wat zijn de argumenten voor gelijkheid tussen alle dieren? Hebben alle levende wezens een inherente waarde? Wat moet je doen als je in een reddingsboot zit met 3 andere mensen en 1 hond en eentje moet overboord omdat de boot dreigt te zinken? Na deze behandeling van de verschillende stromingen en standpunten op het gebied van de dierethiek volgt een praktisch gedeelte. Daarvoor zullen de deelnemers worden ingedeeld in de belangrijkste dierethische stromingen. Vervolgens gaan we een aantal ethische vraagstukken of dilemma’s behandelen, waarbij het de bedoeling is dat de deelnemers zich het denken eigen maken van de stroming waarbij ze zijn ingedeeld en leren beargumenteerd een positie te bepalen m.b.t. het ethische vraagstuk. Denk aan het vraagstuk van het houden van dieren in gevangenschap, zoals in dierentuinen, maar bijvoorbeeld ook aan de recente issues rond de uitgezette grazers in de Oostvaardersplassen: Is het moreel gerechtvaardigd om deze dieren niet bij te voeren, maar af te schieten tijdens strenge winters?
Voor wie? De lezingdag is bedoeld voor mensen die professioneel met dieren werken, voor studenten, en voor alle mensen die geïnteresseerd zijn in dieren en hun kennis daarover willen vergroten. Een specifieke vooropleiding is niet vereist.
Het publiek luistert aandachtig tijdens de lezingdag in april over de intelligentie van honden.
Praktische informatie. De dag duurt van 11 uur ‘s ochtends tot 17.30 uur en wordt gehouden in Logement In Den Groene Specht, Hoofdstraat 13 te Zwiggelte in Drenthe. Zwiggelte is vanuit de meeste plaatsen in de vier noordelijke provincies te bereiken binnen 100 kilometer. De lokatie is alleen met de auto te bereiken, maar indien U afhankelijk bent van openbaar vervoer kan er waarschijnlijk wel iets geregeld worden. Kosten voor de dag zijn 55 euro, inclusief lunch, koffie en thee. Voor studenten (met een studentenkaart) is de prijs 35 euro.Vegetarische of veganistische lunch is mogelijk indien gewenst. Om U aan te melden stuurt U een boodschap naar estebanyes@gmail.com Ook kunt U zich apart aanmelden voor een informeel eten na afloop met dr. Rivas in het logement (vegetarisch/veganistisch mogelijk).
U kunt ook onderstaand formulier invullen om U aan te melden voor 1 lezingdag of voor beide lezingdagen samen:
Het recente onderzoek naar de intelligentie of cognitie van honden heeft tot allerlei nieuwe en boeiende inzichten geleid over de mentale vaardigheden van de hond. Ik vind het dan ook altijd een feest om deze studies te presenteren tijdens mijn lezingen en mensen deze kennis over te dragen. Zaterdag 25 mei wijd ik er weer een hele dag aan tijdens de eerste Dierlijke Lezingdag die ik in Amsterdam organiseer.
De resultaten van al deze nieuwe onderzoeken laten zien dat honden vooral uitblinken op het gebied van sociale intelligentie. Een van de vraagstukken binnen dit onderzoeksgebied is wat honden eventueel zouden snappen van het visuele perspectief van mensen. Kunnen honden begrijpen wat mensen zien en houden ze daar rekening mee in hun eigen gedrag? Vormen ze zich een mentale representatie, dat wil zeggen een cognitief, mentaal plaatje, van mensen als wezens die kunnen zien en letten ze dan op wat mensen wel of niet kunnen zien? Of hebben ze helemaal geen notie van mensen als mentale wezens met gezichtsvermogen en leren ze alleen eenvoudige associatieregels zoals “ogen van mens zichtbaar” betekent “kans op straf”?
Er zijn inmiddels aan de verschillende onderzoeksinstituten in de wereld die zich bezighouden met de intelligentie van honden meerdere studies gewijd aan dit vraagstuk. De resultaten daaruit zijn niet altijd even duidelijk of eenduidig te interpreteren. Eind vorig jaar werd een nieuwe studie gepubliceerd waarvan de uitkomsten met grote waarschijnlijkheid wijzen op een echt begrip van het visuele perspectief van de mens. Het betreft hier het artikel Dogs steal in the dark in het vaktijdschrift Animal Cognition, geschreven door de onderzoekers Juliane Kaminski (nu verbonden aan de University of Portsmouth in Engeland), Andrea Pitsch en Michael Tomasello.
De opzet van deze studie was als volgt. Een hond werd in een kamer gebracht waar een onderzoeker een stuk voer op de grond legde, de hond duidelijk verbood het stuk voer op te eten door met strenge, lage stem ‘Aus’ of ‘Nein’ te zeggen en vervolgens ging de onderzoeker twee meter achter het voer op de grond zitten en stil voor zich uit staren. De verlichting van de ruimte werd dan gevarieerd, zodat er vier verschillende condities ontstonden. In de eerste conditie waren de lichten in de kamer uit, zodat zowel het voer als de onderzoeker verduisterd waren. In de tweede conditie werd de mens verlicht, maar was het voer donker. In de derde conditie was het voer verlicht en zat de mens in het donker. In de vierde en laatste conditie waren zowel de mens als het voer verlicht. Vervolgens werd er (met infrarode camera) gefilmd hoe de hond zich in de vier condities gedurende 120 seconden gedroeg. Er werd vastgesteld hoe vaak de honden het voer stalen en hoe snel ze dat deden.
De vier condities van het experiment
De studie werd uitgevoerd in het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie aan de universiteit van Leipzig in Duitsland. Er deden 28 honden mee aan het experiment, 14 vrouwelijke en 14 mannelijke honden. Ze waren tenminste 1 jaar oud, maar verder varieerden de honden qua leeftijd en hondenras. De honden waren huisdieren. Hun “eigenaren” (ik houd niet van het woord “eigenaar” waar het andere dieren betreft) werden niet ingelicht over het concrete doel van de studie en waren ook niet aanwijzig tijdens het experiment.
Honden stelen vooral voer in het donker
De honden stalen het voer significant het meest in de conditie waarbij zowel het voer als de mens donker was, en het minst wanneer het voer en de mens allebei verlicht waren. Wanneer deze twee condities met elkaar werden vergeleken, bleken ze 4x vaker het voer in de donkere conditie te stelen dan in de lichte conditie. Ook keken ze naar de snelheid van de honden bij het stelen van het voer. Daaruit bleek dat de honden meer aarzelden wanneer het voer verlicht was dan wanneer het donker was. Of de mens verlicht was of niet maakte geen verschil uit voor hun snelheid. Als het voer verlicht was stalen ze het voer minder en hadden ze daar meer aarzeling bij. De honden stalen het voer gemiddeld binnen 25 seconden in de conditie waarbij zowel het voer als de mens verduisterd waren en toonden een duidelijke aarzeling in de conditie waarbij beide verlicht waren: gemiddeld 40 seconden. De interpretatie van deze resultaten is dat de honden dit doen, omdat ze er in hun hoofd rekening mee houden dat wanneer het voer verlicht is, de mens hen kan zien stelen. Het gedrag van de honden kan niet verklaard worden door een eenvoudige associatieregel als “zijn de ogen van de mens zichtbaar, dan moet ik niet stelen, want kan er straf volgen.” Want in dat geval zouden ze met name stelen wanneer de mens niet verlicht was en zouden ze dan juist minder aarzeling bij het stelen vertonen, het tegenovergestelde van de daadwerkelijke uitkomsten.
Zoals in deze studies vrijwel altijd het geval is (en in wetenschappelijk onderzoek in het algemeen), leiden de resultaten van een experiment weer tot nieuwe vragen. Zou het in deze studie namelijk niet zo kunnen zijn dat de honden dan wel niet letten op het verlicht zijn van de ogen van de mens, maar dat ze vooral voer in het donker stelen omdat ze een negatieve associatie hebben met voer wat verlicht is? Met andere woorden, is er geen eenvoudigere verklaring voor het gedrag van de honden dan dat ze een concept hebben van het visuele perspectief van de mens? Een simpelere interpretatie van het stelen in het donker zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat de honden vanuit hun ervaringen in het verleden hebben geleerd dat licht een aversieve stimulus is en stelen in het licht zijn gaan associeren met een grotere kans op gestraft worden door de mens, en ze op die manier geleerd hebben dat stelen in het donker daarom minder kans geeft op straf?
Om deze vraag te beantwoorden zetten de onderzoekers een vervolgexperiment op. De opzet was hetzelfde als in het eerste experiment, alleen ging de onderzoeker nu na het verbieden van het eten van het voer de kamer uit, zodat de hond alleen achterbleef met het verleidelijke verboden voer. Nu waren er twee condities: het voer was verlicht of donker. Voor dit vervolgexperiment werden 12 andere honden ingezet (6 mannen en 6 vrouwen) die “naïef” waren, dat wil zeggen, honden die nog niet eerder aan deze testopzet waren blootgesteld. De resultaten van dit tweede experiment waren dat de honden zowel het verlichte als het donkere voer stalen en opaten, maar dat ze dit juist sneller deden wanneer het voer verlicht was (binnen gemiddeld 6,5 seconden als het verlicht was, tegenover gemiddeld 9,5 seconden als het voer donker was). Dit wijst erop dat de honden dus geen eenvoudige negatieve associatie hadden bij het verlichte voer, want dan zouden ze het verlichte voer juist minder en met meer aarzeling stelen. Aangezien er op deze manier kan worden uitgesloten dat het gedrag van de honden te verklaren is door een eenvoudige associatieregel bij verlicht voer, mogen we voor dit moment aannemen dat de honden in deze studie een cognitief beeld hebben van mensen als wezens die kunnen zien en dat zij een mentale link kunnen maken tussen het verlicht of verduisterd zijn van verboden voer en het visuele perspectief van de mens. Voer in het donker kan de mens niet zien, dus denkt de hond dat er minder kans op straf is van de mens als hij of zij het dan steelt. Honden blijken dus echt een idee van wat de mens kan zien of niet en passen hun eigen handelen daarop effectief aan.
Juliane Kaminski, Andrea Pitsch & Michael Tomasello. Dogs steal in the dark. Animal Cognition. Published online: 20 November 2012. DOI 10.1007/s10071-012-0579-6
Het Instituut voor Dieren in Filosofie en Wetenschap organiseert eind mei en begin juni drie lezingdagen voor alle belangstellenden die hun kennis willen vergroten over de intelligentie, het bewustzijn en de emoties van dieren, en over dierethiek. In het afgelopen jaar heb ik de Dierlijke Zomerlezingen en de Dierlijke Winterlezingen georganiseerd, waarin ik deze onderwerpen ook behandelde, maar daar bleek de tijdsbeperking van 3 uur soms toch lastig. Daarom organiseer ik nu hele lezingdagen, zodat er alle tijd is voor de onderwerpen en voor vragen van en goede discussie met het publiek. De lezingdagen zullen worden gehouden in Amsterdam. We beginnen dan om elf uur ’s ochtends en gaan door tot half zes ’s middags. Zoals gebruikelijk zullen de lezingdagen worden opgeluisterd door veel beeldmateriaal en leuke, boeiende filmpjes. Na afsluiting van de dag ontvangt U een certificaat van het Instituut voor Dieren in Filosofie en Wetenschap. Het programma van de lezingdagen eind mei en begin juni is als volgt.
Zaterdag 25 mei: Recent onderzoek naar de intelligentie van honden.
Hoe slim zijn honden eigenlijk?
De afgelopen 19 jaar vinden er heel veel nieuwe studies plaats naar de intelligentie of cognitie van honden. Zo zijn er inmiddels aparte instituten opgericht aan universiteiten over de hele wereld waar intelligentie-onderzoek met honden wordt gedaan: het Family Dog Project aan de Universiteit van Boedapest (Adam Miklosi), de afdeling Vergelijkende en Ontwikkelingspsychologie van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie van de Universiteit van Leipzig (Juliane Kaminski en Michael Tomasello), het Clever Dog Lab aan de Universiteit van Wenen (Ludwig Huber) en het Duke Canine Cognition Center aan de Duke University in de Verenigde Staten (Brian Hare). Tijdens deze lezingdag zal ik uitgebreid ingaan op de uitkomsten van al deze recente onderzoeken met honden. Centraal staan de thema’s sociale en fysieke intelligentie. Onderwerpen die aan bod zullen komen zijn o.a.: Begrijpen honden wat mensen zien, horen en weten? In hoeverre begrijpen honden menselijke communicatieve signalen zoals wijzen en blikrichting? Wat leren honden door sociale observatie, zijn ze in staat tot imitatie? Bestaat er bewijs voor empathie bij honden? Wat is er uit taalonderzoek met honden voortgekomen, kunnen honden menselijke woorden begrijpen? Waaruit bestaat de fysieke intelligentie van honden, wat begrijpen ze van hun fysieke omgeving? Hebben ze door dat voorwerpen blijven bestaan (object-permanentie) en hoe gedragen honden zich in spannende onderzoeken als de toverbeker? De lezingdag geeft je een goed overzicht van de huidige stand van zaken op het gebied van de wetenschappelijke kennis over de intelligentie van honden. Dat zal voor een deel ook je eigen beeld veranderen van waar honden toe in staat zijn qua intelligentie.
Zaterdag 1 juni: Bewustzijn en emoties bij dieren.
Tijdens deze lezingdag gaan we in op de vraag of andere dieren net als mensen het vermogen hebben om dingen te beleven en te ervaren, zoals pijn en plezier. Zijn dieren robotten zonder beleving of ervaren dieren sensaties en andere zaken net als wij bewust? De Franse filosoof René Descartes beweerde dat dieren geen bewustzijn konden bezitten. Ook het behaviorisme binnen de psychologie leidde ertoe dat het onderwerp bewustzijn taboe werd verklaard. Ook hedentendage zijn er nog denkers die geen bewustzijn toeschrijven aan dieren, vaak op grond van afwezigheid van ‘hogere’ cognitieve vermogens en taal. Daartegenover staan posities die de aanwezigheid van bewustzijn beargumenteren op grond van de analogieredenering en nauwkeurige studie van het zenuwstelsel en het gedrag van dieren. Zo zal ik de affectieve neurowetenschap van Jaak Panksepp behandelen, waaruit blijkt dat tenminste alle zoogdieren en ook vogels allemaal een aantal hersencentra voor dezelfde emotionele systemen delen. Daarnaast gaan we in op de concrete emoties van honden en allerlei andere dieren. Wat voor emoties kennen ze? Plezier, pijn, jaloezie, schuldgevoel, dankbaarheid? Hoe belangrijk is affectie en liefde in het leven van dieren? Welke dieren lijken te rouwen om overleden soortgenoten? Kunnen ratten, honden en apen lachen? Kunnen dieren trauma’s oplopen? En wat voor overeenkomsten bestaan er tussen mensen en andere dieren wat betreft het hebben van veranderde bewustzijnstoestanden, zoals dromen en het onder invloed zijn van psychofarmaca en drugs?
Zaterdag 8 juni: Inleiding tot de dierethiek.
Hoe kunnen we het beste met andere dieren omgaan?
Op deze lezingdag zal ik een overzicht geven van de belangrijkste stromingen op het gebied van de dierethiek. Na een korte uiteenzetting over filosofie en ethiek en een bespreking van de geschiedenis van het morele denken over dieren komen de belangrijkste hedendaagse filosofen aan bod. Peter Singer met zijn utilistische ethiek gericht op dierenbevrijding. Tom Regan die vanuit de deontologische ethiek pleit voor dierenrechten. Filosofen die de aanwezigheid van bewustzijn als voldoende voorwaarde voor morele consideratie zien, zoals Gary Francione. Filosofen die een moreel onderscheid maken tussen mensen en andere dieren op grond van het menselijk taalvermogen (Frey, Carruthers). De feministische dierethiek die met de begrippen zorg en dialoog naar dieren kijken. En tenslotte de deep ecology, waar mensen en andere dieren onderdeel zijn van de biosfeer. Vragen die hierbij behandeld zullen worden zijn o.a.: Is het hebben van zelfbewustzijn van belang voor de manier waarop een dier behandeld dient te worden? Zijn sommige dieren vervangbaar? Wanneer is er sprake van speciesisme, discriminatie op grond van soort? Wat zijn de argumenten voor gelijkheid tussen alle dieren? Hebben alle levende wezens een inherente waarde? Wat moet je doen als je in een reddingsboot zit met 3 andere mensen en 1 hond en eentje moet overboord omdat de boot dreigt te zinken? Na deze behandeling van de verschillende stromingen en standpunten op het gebied van de dierethiek volgt een praktisch gedeelte. Daarvoor zullen de deelnemers worden ingedeeld in de belangrijkste dierethische stromingen. Vervolgens gaan we een aantal ethische vraagstukken of dilemma’s behandelen, waarbij het de bedoeling is dat de deelnemers zich het denken eigen maken van de stroming waarbij ze zijn ingedeeld en leren beargumenteerd een positie te bepalen m.b.t. het ethische vraagstuk. Denk aan het problematische vraagstuk van het doen van dierproeven, maar bijvoorbeeld ook aan de recente issues rond de grazers die in de Oostvaardersplassen leven: Is het moreel gerechtvaardigd om deze dieren niet bij te voeren, maar af te schieten tijdens strenge winters?
Voor wie? De lezingdagen zijn bedoeld voor mensen die professioneel met dieren werken, voor studenten, en voor alle mensen die geïnteresseerd zijn in dieren en hun kennis daarover willen vergroten. Een specifieke vooropleiding is niet vereist. Wel is het handig als men passief Engels kan begrijpen, aangezien niet alle filmpjes die ik zal laten zien ondertiteld zijn.
Praktische informatie. De lezingdagen beginnen om 11.00 uur en eindigen om 17.30 uur. Ze worden gehouden bij Madame de Pompadour, Langsom 28 te Amsterdam. Deze locatie is zeer goed te bereiken met de auto (er is zelfs gratis parkeergelegenheid) en met het openbaar vervoer. Deelname aan de lezingdag kost 60 euro per persoon. Bij deze prijs is een lunch en koffie en thee in de ochtend en middag inbegrepen. De lunch is zowel vegetarisch als veganistisch. Men kan zich voor alle lezingdagen tesamen opgeven, of men kan zich voor een individuele lezingdag naar keuze aanmelden.
U kunt zich opgeven door een bericht te sturen aan estebanyes@gmail.com of door onderstaand formulier in te vullen:
Vanaf deze herfst ligt het in de planning dat ik met mijn Instituut voor Dieren in Filosofie en Wetenschap ook meerdaagse cursussen ga organiseren. Zo zal ik dan mijn cursus over communicatie- en taalonderzoek met dieren, die ik tot nu toe aan meerdere instellingen van het Hoger Onderwijs Voor Ouderen heb gegeven, ook gaan aanbieden voor mensen van alle leeftijden, zodat ook mensen jonger dan 50 jaar deze cursus eindelijk kunnen volgen. Daarnaast ben ik bezig een cursus te maken over de intelligentie van allerlei dieren, zoals honden, apen, en vogels (waaronder de kraaiachtigen). Blijf mij volgen om op de hoogte te blijven van deze aankomende activiteiten.
Deze zomer geef ik voor zowel het Hoger Onderwijs Voor Ouderen (HOVO) Rotterdam als voor HOVO Amsterdam een cursus van 4 colleges over de recente stand van zaken van het wetenschappelijk onderzoek naar de natuurlijke communicatie van dieren en de uitkomsten uit taalonderzoek met dieren. De cursus heeft als titel Communicatie en taal bij dieren. Recente ontwikkelingen in wetenschappelijk onderzoek. Vorig jaar zomer heb ik dezelfde cursus gegeven voor HOVO Rotterdam. Daar was toen zo’n grote toeloop, dat we de cursus deze zomer opnieuw presenteren. Voor HOVO Amsterdam is het de eerste keer dat ik een cursus voor hen verzorg. Let op: de naam Hoger Onderwijs Voor Ouderen zegt het al, deze cursussen staan alleen open voor mensen van 50 jaar en ouder.
Beschrijving van de cursus: Recent onderzoek onder allerlei diersoorten heeft een schat aan inzichten over communicatie en taal bij dieren opgeleverd. Deze cursus biedt u een breed overzicht, waarbij op kritische wijze het communicatie- en taalonderzoek met dieren wordt behandeld.
College 1 – Communicatie en menselijke taal: kenmerken en definities. Om te begrijpen wat taal nu eigenlijk is, beginnen we met wat theorie over menselijke taal. Ook kijken we naar de interpretatie van dierlijke communicatie: alleen een uiting van passies en emoties, of kunnen dieren ook verwijzen naar verschillende zaken in de wereld?
College 2 – Vogelroepen en vogelzang. Alle vogelsoorten hebben verschillende soorten roepen: om contact te houden, emoties te uiten en om alarm te slaan. Hoe herkent u deze roepen? Daarnaast zingen zangvogels, papegaaien en kolibries liederen met een specifieke opbouw en functie, die ze leren van hun ouders. Wat zijn hier de overeenkomsten met menselijke taal?
College 3 – Taalonderzoek met grote mensapen. In allerlei, vaak controversiële, onderzoeken, is geprobeerd mensapen gesproken woorden te laten uitspreken, gebaren of geometrische symbolen te leren. De docent deed zelf een studie met gebarende chimpansees. Welke resultaten zijn hieruit af te leiden en welke controverses spelen er?
College 4 – De communicatie van honden, katten en paarden en het taalonderzoek met honden. In het laatste college behandelen we de communicatie van deze gezelschapsdieren, waarbij met name recent onderzoek met honden en hun begrip van menselijke communicatie aan bod komt.
Na deze cursus heeft u een nieuwe kijk op de manier waarop dieren communiceren en heeft u inzicht in de vraag in hoeverre we van taal kunnen spreken. Naast verrassende inzichten in de dieren om ons heen krijgt u ook een beeld van de soms hoog oplopende controverses op dit gebied.
Praktische informatie: De cursus voor HOVO Rotterdam zal plaatsvinden op donderdag 27 en vrijdag 28 juni en op donderdag 4 en vrijdag 5 juli, van 13.30 tot 16.00 uur. Klik hier om U in te schrijven voor de cursus bij HOVO Rotterdam. De cursus voor HOVO Amsterdam zal plaatsvinden op 4 dinsdagmiddagen (13.30 tot 16.00 uur) in juli, te weten 2, 9, 16 en 23 juli. Klik hier om U in te schrijven voor de cursus bij HOVO Amsterdam.
Op donderdag 25 april heb ik bij het nieuwe opleidingsinstituut EduPet te Veenendaal met veel plezier een ochtend verzorgd over het bewustzijn en de emoties van honden voor de cursus Hondengedrag: Door de ogen van een hond. Op maandagochtend 17 juni keer ik terug bij EduPet en zal ik twee modules verzorgen over de intelligentie van honden voor de cursus Hondengedrag met als titel Hoe slim zijn honden?
Beschrijving van mijn modules: De afgelopen decennia zijn er heel veel nieuwe onderzoeken gedaan naar de intelligentie van honden. Boeiende studies die tot veel meer inzicht hebben geleid over het denken van honden. In deze cursus krijg je een overzicht van de meest recente resultaten op dit gebied. Zo blijken honden een grote sociale intelligentie te hebben. De volgende onderwerpen komen daarbij aan bod: Wat begrijpen honden van het zien, horen en weten van mensen? Kunnen honden leren door sociale observatie en zijn ze in staat tot imitatie? Hoe goed begrijpen ze menselijke communicatieve signalen zoals wijzen en blikrichting? En hoeveel menselijke woorden kunnen honden eigenlijk begrijpen? Ook kijken we naar de fysieke intelligentie van honden. Wat begrijpen ze van hun fysieke omgeving? Hoe gedragen honden zich in spannende onderzoeken als de toverbeker? Deze onderwerpen zullen je kennis verrijken over het denken van je hond!
Aansluitend zal hondencoach Arvid van Putten ’s middags twee modules verzorgen over het gedrag en de gedragsproblemen van honden. Ook zal hij ingaan op angst en dominantie bij honden en daarbij aangeven dat je beter een houding van tolerantie dan dominantie naar je hond toe kunt hebben.
Praktische informatie: De cursusdag wordt gegeven op maandag 17 juni en zal duren van 09.30 tot 16.00 uur. Deelname aan de cursusdag kost 65 euro, inclusief lunch. Adres: EduPet, Accustraat 11 te Veenendaal. Klik hier om je aan te melden.